Zoek
Zoektip
Zoektip:
Tik Joh. 1,25
of tik je specifieke zoekterm in (vb. engel)
Woensdag (8/07/2020)
Mt. 10, 1-7
In die tijd riep Jezus zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om de onreine geesten uit te drijven
en alle ziekten en kwalen te genezen. Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste: Simon, die Petrus wordt genoemd;
met zijn broer Andreas; Jacobus, de zoon van Zebedeüs, met zijn broer Johannes; Filippus en Bartolomeüs,
Tomas en Matteüs de tollenaar, Jacobus, de zoon van Alfeüs, Taddeüs, Simon de IJveraar en Judas Iskariot, die hem verraden heeft.
Deze twaalf zond Jezus uit met de opdracht: 'Begeeft u niet onder de heidenen en gaat niet binnen in een stad van de Samaritanen;
gij moet veeleer gaan naar de verloren schapen van het huis van Israël. Verkondigt op uw tocht: Het Koninkrijk der hemelen is nabij.'
Jezus leren kennen is één ding. Hem volgen is nog wat anders. Maar wat als je door hem gezonden wordt? Dit overkwam de twaalf.
Jezus vertrouwde hen een niet te onderschatten verantwoordelijkheid toe ook al wist hij dat het bij sommigen totaal de mist in zou gaan.
En toch… het zijn deze mannen die hij zond om mensen heel te maken, nabij te zijn, te troosten;
kortom om ‘mens te zijn voor elkaar’ en zo met hun leven te verkondigen.
Hij kiest ook ieder van ons uit om te getuigen. Wij zijn dus een keuze van G-d! Durf ik dat toe te laten? Durf ik toelaten dat hij mij zendt?
Hij geeft zelfs aan waar de zending moet plaatsvinden. Dicht bij huis, bij allen die aan mijn zorgen zijn toevertrouwd.
Daar, te midden van het dagelijkse leven, daagt hij mij uit om aandachtig te leven. Met aandacht te leven dat ik zie wie zich verloren voelt
of in de steek gelaten. Want alleen als ik hen zie, kan ik deze mensen nabij zijn en het wagen om met hen in relatie te gaan.
Zo zullen zij (en ook ik) doorheen onze verbondenheid ‘G-ds’ Liefde mogen ervaren. Dan zal ons leven spreken van zijn Koninkrijk.
Mt. 8,1-4 (26/06/2020)
Toen Jezus van de berg was afgedaald volgde Hem een talrijke menigte.
Een melaatse kwam naar Hem toe en smeekte Hem op zijn knieën:
'Als Jij wilt, Heer, kan Jij mij reinigen.' Jezus stak de hand uit, raakte hem aan en zei:
'Ik wil, word rein.' En terstond werd hij van zijn melaatsheid gereinigd.
Jezus sprak tot hem: 'Zorg ervoor dat je het niemand zegt, maar ga je laten zien aan de priester
en offer de gave die Mozes heeft voorgeschreven, om ze het bewijs te leveren.'
Twee zaken springen in het oog omdat ze niet van-zelf-sprekend zijn.
1. “Als Jij het wilt.” Niet de meest gebruikelijke zin om een smeekbede mee te beginnen. Meestal gaat het over wat ik wil, mijn vragen en verlangens.
Hier niet! Hier wordt alles omgedraaid. De man legt zijn situatie neer voor Jezus en geeft ze uit handen.
De keuze om er al dan niet iets mee te doen ligt bij Jezus. Als Jij het wilt … dus niet wat ik wil.
2. Jezus’ houding t.o.v. een uitgerangeerde (melaatse). Hij keert hem niet de rug toe maar ziet hem en luistert naar wat hij te zeggen heeft.
Hij neemt hem au sérieux én raakt hem aan. Een intense aanraking die bevrijdt, geneest. Geen angst te bespeuren om zelf ziek te worden
maar een volledig gericht zijn op de man tegenover Hem. Door de aanraking kan hij opnieuw de draad van zijn leven opnemen.
Hij wordt aangemoedigd om opnieuw naar de maatschappij te gaan en te doen wat wettelijk van hem gevraagd wordt.
Ten slotte vraagt Jezus om hierover niet te spreken. Dankbaarheid hoeft geen woorden. Je kan haar ook Léven door niet van-zelf-sprekend te leven maar sprekend van G-d.
Mt.11,25-30 (4/10/2024)
25 Ook in die tijd zei Jezus:
“Ik prijs en dank je, vader, heer van hemel en aarde,
dat je deze dingen verborgen hebt
voor [eigenmachtige] bekwamen en verstandigen
en ze onthuld hebt
voor [onmachtige] onmondigen.
26 Ja, vader, zo heb jij het goed bevonden voor jouw gelaat.
27 Alles is mij door mijn vader toevertrouwd,
en niemand weet wie de zoon is, behalve de vader,
en niemand weet wie de vader is, behalve de zoon
en aan wie de zoon het wil onthullen.
28 Kom naar mij,
allen die vermoeid bent en onder lasten gebukt,
en ik zal je rust geven.
29 Neem mijn juk op:
laat mij je leermeester zijn
– zachtaardig en deemoedig van hart,
en je zult rust vinden in jezelf.
30 Want mijn juk is teder
en mijn last is licht.
Franciscus, de apostel van de eenvoud. Ook van de zachtmoedigheid en de blijmoedigheid, zoals in het Evangelie vandaag mooi tot uiting komt. Óok als apostel van de dieren en de natuur wordt hij vandaag graag gezien – de ecologist avant la lettre.
Allemaal mooi en terecht, maar denken we er nog aan dat alles waar hij nu voor staat, startte – en dus ook start – bij de armoede?!, en niet zomaar een beetje, maar een ver doorgedreven soberheid van levensstijl in alles? Het was deze armoede die hem tot die eenvoud bracht. Het was de armoede die hem tot zacht- en blijmoedigheid bracht! Het was de armoede die hem zo dicht bij de natuur deed staan! Toch een uitdagende gedachte vandaag: men wil wel de effecten, maar wil men ook de bron ervan?
En meer nog: De diepere bron van waaruit Franciscus deze armoede kon beleven, is enkel en alleen terug te voeren op G-d. Op onze dagen wordt al te makkelijk vergeten dat Francisus in de eerste plaats een heel diep-gelovige was – zeg maar mysticus – die geen activist was, maar net een stilte-zoeker.
Mt.11,28-30 (13/12/2023)
28 Kom naar mij,
allen die vermoeid bent en onder lasten gebukt,
en ik zal je rust geven.
29 Neem mijn juk op:
laat mij je leermeester zijn
– zachtaardig en deemoedig van hart,
en je zult rust vinden in jezelf.
30 Want mijn juk is teder
en mijn last is licht.
Ik wil eerst even iets zeggen over het gebruik van een juk in de landbouw. Lange tijd werden akkers geploegd door ossen. Men nam twee ossen, een oude ervaren os en een jonge onervaren os. Op hun nekken legde men een houten balk en verbond deze door middel van touwen aan de nekken. Zo bleven de ossen mooi naast elkaar lopen. Aan de balk maakte men dan een wagen of een ploeg vast. Op deze manier werd de last verdeeld over de twee dieren en de jonge os kon alles leren van de oudere.
Vandaag nodigt Jezus ons uit: “Kom naar mij. Vertrouw al je bezigheden aan mij toe, het zal je rust geven.” Hij wil met ons onder zijn juk gaan staan. Hij wil onze leermeester zijn. Dit wil niet zeggen dat hij het gewicht dat we dragen zal wegnemen, helemaal niet. Het enige dat hij voorstelt, is om het sámen te dragen, maar wel op zijn manier: zachtaardig en deemoedig van hart. Zachtaardigheid en deemoed vragen echter een innerlijke stevigheid. Als wij nu ingaan op zijn aanbod en samen met Jezus onder zijn teder juk gaan staan, zullen we mogen ontdekken dat Jezus zelf die innerlijke stevigheid is.
Mt. 10,7-15 (9/07/2020)
In die tijd zei Jezus tot de twaalf: 'Verkondigt op uw tocht: het Koninkrijk der hemelen is nabij.
Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen en drijft duivels uit. Voor niets hebt gij ontvangen,
voor niets moet gij geven. Tracht dus geen goud, zilver of koper te verwerven om er uw gordels mee te vullen.
Verschaft u ook geen reiszak voor onderweg, geen tweede onderkleed, geen schoeisel of stok,
want de arbeider is zijn onderhoud waard. Als gij in een stad of in een dorp komt,
onderzoekt dan wie waard is u te ontvangen, en verblijft daar tot gij weer vertrekt.
Wanneer ge dat huis binnentreedt, brengt het uw vredegroet; en wanneer het die waard is moge uw vrede over dat huis komen,
maar wanneer het die niet waard is, dan kere uw vrede tot u terug. Als men u ergens niet ontvangt en niet naar uw woorden luistert,
verlaat dan dat huis of die stad en schudt het stof van uw voeten.
Voorwaar, ik zeg u: Op de oordeelsdag zal het voor het land van Sodom en Gomorra draaglijker zijn dan voor die stad.'
Gezonden worden om G-ds Rijk te verkondigen, om een leven te leven dat niet van-zelf-sprekend is
maar ten volle spreekt van G-d. Niet éénvoudig in onze verdwaasde wereld. Jezus wist het reeds.
Op heel wat plekken in die wereld zullen de mensen niet geïnteresseerd zijn in G-ds Visioen, in Verbonden Léven.
En toch … Hij zond de twaalf (en mij). Ik word eropuit gestuurd maar niet zonder iets mee te krijgen!
Er wordt mij gegeven (om niets) … liefde en verbondenheid. Daarmee word ik op weg gezonden én met de vraag om mensen héél te maken, de wereld lief te hebben.
Gezonden in verbondenheid, om in alle éénvoud en zonder te oordelen te leven en net als hij al die verdwaasdheid lief te hebben.
Om te léven-IN-vertrouwen en in alle vrijheid de wereld tegemoet gaan, wetende dat die wereld ook vrij is om mij en mijn manier van leven al dan niet te verwelkomen.
Liefde kan immers niet opgelegd of opgedrongen worden. Die keuze ligt volledig bij de ander.
Mt.8,5-17 (26/06/2021)
Toen Jezus binnenging in Kafarnaüm, kwam er een centurio [honderdman, Romeinse legeroverste] smekend naar hem: “Heer, mijn jongen [kan zijn zoon zijn, of een dierbare knecht] ligt thuis verlamd en lijdt vreselijke pijn.” Jezus zei hem: “Ik zal hem komen genezen.”
Maar de centurio antwoordde hem: “Heer, ik ben het niet waard dat je in mijn huis zou komen, maar spreek slechts één woord en mijn jongen zal gezond worden. Want ook ik ben een mens aan wie volmacht werd gegeven. Ik heb soldaten onder mij en als ik tot de ene zeg ‘ga’, dan gaat hij, en tot de ander ‘kom’, dan komt hij, of tegen mijn dienstknecht ‘doe dit’, dan doet hij dat.”
Toen Jezus dit hoorde, verwonderde hij zich en zei tegen wie hem volgden: “Amen, ik zeg jullie: Zelfs in Israël heb ik niet zo’n groot geloof/vertrouwen gevonden! Daarom zeg ik jullie dat velen van oost tot west zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob deel zullen hebben aan het koningschap van de hemelen. Maar de kinderen van het koninkrijk zullen eruit geworpen worden naar de buitenste duisternis. Daar zal het geween zijn en tandengeknars.”
En tegen de centurio zei Jezus: “Ga heen, zoals je erop vertrouwd hebt, zo moet het je gebeuren.” En op dat uur werd zijn jongen gezond.
Toen Jezus in het huis van Petrus kwam, zag hij dat zijn schoonmoeder met koorts te bed lag. Hij nam haar hand vast en de koorts verliet haar. Zij stond op en bediende hen.
Het was avond geworden en men bracht vele bezetenen bij hem. Met een woord dreef hij de geesten uit en al wie ziek was, genas hij.
Opdat in vervulling zou gaan wat gezegd werd door de profeet Jesaja: “Hij heeft onze zwakheden op zich genomen en onze ziekten gedragen.” [Jes.53,4-5]
Een Romeins legeroverste die heel goed zijn positie (zijn macht) kent, komt Jezus tegemoet. Hij is zich bewust van zijn ‘grootsheid’, maar die belet hem niet om te beseffen dat de ander hem en hij de Ander nodig heeft. Dit wordt des te meer duidelijk in de confrontatie met het mysterie van leven en dood. Daar voelt hij zijn kleinheid.
Hij is een man die doet wat hij moet doen, nl. alert en zorgzaam omgaan met hen wie aan hem zijn toevertrouwd. Hij weet zijn plaats en (er)kent zijn grenzen. Hij voelt waar zijn grens bereikt is en heeft het lef om de zorg uit handen te geven. Hij vertrouwt de jongen toe aan de Ander en is rotsvast overtuigd van de helende kracht van diens Woord.
Elke keer bij het uitspreken van die woorden “Heer, ik ben niet waardig dat Jij tot mij komt.” besef ik dat het dat is waar nederigheid om gaat: leven op de juiste plaats, jouw plaats. Nederigheid is jezelf noch te klein, noch te groot maken, maar het bevindt zich op de gulden middenweg tussen deze beide.