Verbonden Leven

Zoek

Zoektip

Zoektip:

Tik Joh. 1,25 
of tik je specifieke zoekterm in (vb. engel) 

Mt.7,6.12-14 (23/06/2020)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Geeft het heilige niet aan de honden en werpt je paarlen niet voor de zwijnen,
opdat zij ze niet met hun poten vertrappen, zich omkeren en je verscheuren.
Alles wat jij wilt dat de mensen voor jou doen doet dat ook voor hen. Dat is Wet en Profeten. Gaat binnen door de nauwe poort;
want de weg die naar de ondergang voert is wijd en breed, en velen zijn er die hem inslaan. Hoe nauw toch is de poort
en hoe smal is de weg die voert naar het leven, en weinigen zijn er die hem vinden.'

Drie afzonderlijke spreuken.
De eerste (over geen parels aan de zwijnen geven) doet uitschijnen dat Jezus’ volgelingen
een verheven geheime leer hebben die ze niet zomaar aan iedereen moeten laten kennen.
Dat staat ogenschijnlijk nogal haaks op de tweede (alles wat je wil dat de mensen aan jou doen, …)
die de meest openbare boodschap is die je maar kunt bedenken. Niet voor niets heet ze ‘de gulden regel’,
omdat je die in alle mogelijke religies en levensbeschouwingen tegenkomt.
De derde (over de poort en de weg) lijkt uitkomst te brengen, maar maakt het daarom niet makkelijker (integendeel).
Gemakkelijk is de brede weg te nemen, dan hou je het op één van de twee bovenstaande, of op helemaal geen.
Moeilijker – maar alleen díe weg is levengevend – is de nauwe weg. Die ‘poort’ en ‘weg’ staan van oudsher voor het de onderscheiding.
Zwijgen of spreken? Wanneer het één, wanneer het ander? Of – ‘onderscheidender’ nog – hoe sprekende zwijgen en zwijgende spreken?

Mt.9,9-13 (21/09/2020)

Jezus ging van daar verder
en zag een zekere Matteüs bij het tolhuis zitten.
“Volg mij,” zei hij tegen hem
en hij stond op en volgde Jezus.
Jezus ging in op zijn uitnodiging voor een afscheidsmaal.
En kijk: Veel tollenaars en zondaars kwamen ook
en lagen mee aan tafel met Jezus en zijn leerlingen.
Toen de Farizeeën dit zagen,
insinueerden ze tegen zijn leerlingen:
“Waarom eet die meester van jullie met tollenaars en zondaars?”
Maar Jezus had dit gehoord en antwoordde:
“Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken.
Ga, en onderzoek wat dit wil zeggen.
Mededogen wens ik, geen holle offers.
Niet om de rechtvaardigen te roepen, ben ik gekomen, maar de zondaars.”

Dit is wellicht wel het kortste roepingsverhaal uit de Bijbel! Het staat er allemaal in één zin. Nochtans was er niets vanzelfsprekends aan, integendeel!
Waar de Farizeeën hier alweer over morren, zou net zo goed uit ónze mond kunnen komen.
Wat zouden wij zeggen als we Jezus zien optrekken met collaborateurs en afpersers – meer nog, dat hij er zo-een uitkiest om zijn dichte leerling te zijn?
En toch is het dat wat hier gebeurt. Eerst heeft Jezus een paar vissers tot zijn kring geroepen. Niet bepaald de meest hoog aangeschreven mensen,
maar dan toch een eerbaar beroep. Nu roept hij iemand die alom veracht wordt en zélfs ‘wettelijk onrein’ is wegens zijn contacten met heidenen.
Maar Jezus gaat het nooit om slaafse navolging van regels. Voor Jezus gaat het om het hart, het mededogen.
Wie hem volgt als hij roept, is welkom,
welkom in het clubje ‘tollenaars en zondaars’, welkom bij de ‘rafelrandmensen’, welkom bij wie in het hart beseffen redding nódig te hebben.

Mt.7,21.24-27 (5/12/2024)

21    “Niet iedereen die “Heer, Heer!” tegen mij zegt,
       zal binnengaan in het koninkrijk der hemelen,
       maar wie de wil doet van mijn Vader.

24    Iedereen die mijn woorden hoort
       en ze doet,
       is te vergelijken met een verstandig man
       die zijn huis bouwde op de rots.
25    De regen sloeg neer,
       de rivieren zwollen op,
       de winden raasden
       en beukten op dat huis,
       maar het stortte niet in,
       want het was gegrondvest op de rots.
26    Maar iedereen die mijn woorden hoort
       en ze niet doet,
       is te vergelijken met een verdwaasde
       die zijn huis bouwde op het zand.
27    De regen sloeg neer,
       de rivieren zwollen op,
       de winden raasden
       en beukten op dat huis,
       maar het stortte in,
       zodat het helemaal verwoest werd.”

De parabel van ‘het huis op de rots’ is ons genoegzaam bekend, en ook eenvoudig om te begrijpen. Wie van zijn leven iets wil maken, moet dat doen op stevige basis. De principes die je hanteert moeten solide zijn en niet bij het minste stootje opgegeven worden.
Volgens zo’n principes – ‘de christelijke waarden’ – leven veel mensen, ook vandaag. En dat is uiteraard mooi en waardevol. Maar het Evangelie gaat over meer! We hadden het nog niet lang geleden al eens: we moeten de openingszin van de parabel er bij nemen om te zien wat Jezus’ bedoeling ermee is.
Het belijden van de principes is niet voldoende! Het gaat erom hoe ze daad-werkelijk worden in ons leven. Hoe vertalen ze zich in en via onze handen en voeten?
Straks met Nieuwjaar worden er weer ‘goede voornemens’ gemaakt. Dat zijn keuzes voor ‘principes’. Als wij er meer willen van maken, dan zullen we er aan toe moeten voegen hóe we ze daad-werkelijk zullen maken. We krijgen een Advent tijd om dat geen loze woorden te laten zijn …

Dinsdag (30/06/2020)

Mt. 8,23-27

Toen Jezus in de boot stapte, volgden zijn leerlingen Hem. Opeens raakte de zee in hevige beroering
zodat de golven over de boot sloegen, Jezus echter lag te slapen. Zij gingen naar Hem toe en maakten hem wakker met de woorden:
'Heer, red ons, wij vergaan!' Hij sprak tot hen: 'Waarom zijn jullie bang, kleingelovigen?'
Dan stond Hij op, richtte zich met een dwingend woord tot de winden en de zee, en het water werd volmaakt stil.
De mensen stonden verbaasd en zeiden: 'Wat voor iemand is dat toch, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen?'

Stormen zijn een specifieke samenloop van al aanwezige factoren. Water, stromingen, golven, wind, … ze zijn er altijd.
Maar pas als ze lijken samen te spannen en hun krachten tónen, wordt het een storm.
Dat is zo met een storm op het meer van Galilea of om het even welke storm. Dat is zo met uiterlijke stormen:
een crisis die toeslaat in een maatschappij (dat dan een bootje op drift wordt); een crisis die toeslaat in ons eigen leven (waarin wij lijken te verzuipen).
Dat is ook zo met innerlijke stormen: angst en wantrouwen die om zich heen gegrepen heeft en een hele maatschappij in z’n greep houdt;
ontreddering in onszelf omdat we niet meer weten hoe we daarin ons leven kunnen inrichten.
… altijd een samenloop van al aanwezige factoren …
Maar als we nu eens ons opnieuw zouden verbazen (preciezer vertaald, zou er beter staan: verwonderen – dat is toch iets anders dan verbazen).
Als we nu eens écht de tijd en de áándacht (de ‘gewarigheid’) namen om ons af te vragen “wie die Jezus toch wel is”, …
zouden onze stormen dan niet gaan liggen …?

Mt. 8,28-34 (1/07/2020)

Toen Jezus aan de overkant van het meer gekomen was in het land der Gadarénen, liepen Hem twee bezetenen tegemoet.
Ze kwamen uit de grafspelonken te voorschijn en waren zeer gevaarlijk, zodat niemand daarlangs kon gaan.
Plotseling begonnen ze te schreeuwen: 'Wat heb Jij met ons te maken, Zoon van God? Ben Jij hier gekomen om ons vóór de tijd te kwellen?'
Een eind van hen vandaan was men een grote kudde zwijnen aan het hoeden. De duivels nu smeekten Hem:
'Als gij ons uitdrijft, stuur ons dan in die kudde zwijnen.' Hij zei hun: 'Gaat heen.' En zij verlieten hem.
Nauwelijks hadden zij bezit genomen van de zwijnen, of de hele kudde stortte zich van de steile oever in het meer en kwam in het water om.
De zwijnenhoeders namen de vlucht, en in de stad gekomen vertelden zij alles, ook wat er met de bezetenen gebeurd was.
Daarop liep de hele stad uit, Jezus tegemoet; en toen zij hem zagen, verzochten zij hem hun streek te verlaten.

Misschien ben je ooit al op een afdeling van ernstig psychiatrisch zieke mensen geweest – zo noemen wij nu gelukkig de ‘bezetenen’ van toen.
En gelukkig hoeven ze niet meer in grafspelonken zich terug te trekken. Nu zitten ze in kraakheldere gebouwen.
Heftig geschreeuw zul je er gelukkig niet vaak meer aantreffen. De sederende medicatie doet haar werk.
Maar het beklemmende gevoel blijft … bij óns. De angst voor zo’n mensen zit aan ónze kant, hoe wij ze ook benoemen
(‘off the record’ gebruiken we overigens zelden ‘psychiatrisch zieken’). En grafspelonken of nette panden …
ze liggen ver van de bewoonde wereld. En hun schreeuw wordt misschien nog minder gehoord?
Jezus blijkt die angst niet te hebben. (Waarom zou hij trouwens?) Hij gaat opvallend eenvoudig en rustig met hen in gesprek.
En dat doet wonderen.
Is het je opgevallen hoe híj er uiteindelijk mee aan het kortste eind trekt?
De niet-angst van Jezus kan moeilijk op tegen de wel-angst van ‘de mensen’.
Gelukkig kan zijn niet-angst wél op tegen de demonen van een concreet iemand waarmee hij (en ik?) verbinding wíl aangaan!

 

Mt.7,6.12-14 (22 juni 2021)

Geef het heilige niet aan de honden, en werp je parels niet voor de varkens [honden en varkens werden als onrein gezien], opdat zij ze niet met hun poten vertrappen, zich tegen je keren en je verscheuren.
Dus alles wat je zou willen dat mensen voor jou doen, doe dat voor hen. Dat is wet en profeten!
Ga binnen door de nauwe poort, want breed is de poort en ruim de weg die leidt naar de ondergang en velen gaan daarlangs naar binnen. Maar nauw is de poort en smal de weg die leidt naar het leven, en weinigen vinden haar.

Bijna aan het eind van de Bergrede krijgen we nog drie spreuken mee. Ze lijken wat los te staan van elkaar, maar toch is het best ze samen te houden. De één werpt een licht op de ander. Als we ons bij één houden, zouden we wel eens ‘naast de weg’ terecht kunnen komen. Ze samenhouden behoedt ons voor eenzijdigheden en brengt de nodige nuanceringen en onderscheidingen aan.
Want de weg is dus smal – niet zo moeilijk om er van af te geraken. Weet jij altijd zo duidelijk wat je zou willen dat de mensen voor jou doen? En is dat dan wel het beste? – Of moet ik daar nog wat beter over nadenken en wat vorderen op de smalle weg om het beste te wensen (en dus ook te bieden)? En weet jij altijd zo duidelijk wie de ‘varkens’ zijn? Al te vaak verdoen wij inderdaad onze energie aan nutteloos inpraten op mensen, óf … we zeggen helemaal niets meer – en is dat dan wat wij zelf zouden willen als we écht het beste voorhebben met onszelf en de ander?
Ingewikkeld dus, als je erover gaat nadenken, en de weg naar de ondergang is ruim! Er is maar één ‘antwoord’ op: durven gaan, op zoek naar de nauwe weg – we zullen er Léven vinden!

Subcategorieën