Zoek
Zoektip
Zoektip:
Tik Joh. 1,25
of tik je specifieke zoekterm in (vb. engel)
Mt.11,11-15 (12/12/2024)
11 Waarlijk, ik zeg jullie:
Onder wie uit vrouwen zijn geboren,
is er niemand geweest
die groter is dan Johannes de doper,
maar in het koningschap der hemelen
is zelfs de kleinste groter dan hij.
12 Vanaf de dagen van Johannes de doper tot nu
lijdt het koningschap der hemelen geweld
– geweldenaars proberen het weg te rukken –
13 want de profeten en de wet
leidden toe naar Johannes.
14 Hij is – als je het wil aannemen –
de Elia die zou terugkomen.
15 Wie oren heeft, moet luisteren!
Vanaf vandaag horen we enkele dagen na elkaar over Johannes de Doper. Hij is de voorloper van ‘de komende’.
Johannes, een man van Godswege, een mens – bekende of onbekende, jij(?) –, iemand die zijn medemensen oproept om anders te gaan leven: weg uit de woestenij, weg uit ‘elk voor zich’, weg uit angstland.
Hij leeft sober en in alle eenvoud en roept mensen op. Hij durft te erkennen dat het soms verdomd moeilijk kan zijn of dat dingen mis kunnen gaan. Toch vraagt hij: keer je om en leef zo dat G-d in jou mag gebeuren, zodat hij in jou te zien is. Met zijn eigen kleine leven getuigt hij van een bevrijdende boodschap: als je groot wilt zijn, richt je dan op G-d. Richt je op hem die zich toont in het kleine en kwetsbare, en luister naar wat hij je te zeggen heeft.
Ik weet dat er altijd zulke mensen zullen zijn. Mensen die roepen, leven en bidden tegen kilte, onrecht en leed; mensen die hun medemensen – jou en mij – aansporen om zich onder te laten dompelen in zijn Geest en geest-driftig te leven. De vraag is: mogen/durven wij zulke mensen zijn?!
Mt. 9,14-15 (24/02/2023)
Toen kwamen de leerlingen van Johannes naar Jezus en vroegen hem: “Waarom vasten wij en de farizeeën wél, maar vasten jouw leerlingen níet?”
Jezus antwoordde hen: “De vrienden van de bruidegom kunnen toch niet treuren zolang de bruidegom bij hen is? Maar er zullen dagen komen dat de bruidegom van hen is weggenomen. Dan zullen zij vasten.”
Vasten is iets van alle religies, alle culturen en alle tijden. We mogen er wellicht uit besluiten dat het ‘gewoon’ een noodzakelijkheid is voor mensen!
Mensen lijken een hardnekkige neiging te hebben naar ‘te’. Dieren hebben dat niet: zij nemen wat ze nodig hebben om te (over)leven, niet meer. Mensen – wellicht omdat ze door hun rede ook naar toekomst kijken, en dan bang worden – willen steeds meer, denkend dat dat hun angst zal verdrijven.
Vasten brengt die neiging in evenwicht. Niet meerderen, maar minderen, om vrij te worden, bevrijd van angst. Door te vasten doe je de ervaring op dat je (meer dan) genoeg hebt om te leven en dat niet angst je leven hoeft te regeren, maar vertrouwen.
Jezus is zelf ook in die traditie gaan staan – zo menselijk was hij! Hij heeft dat vasten zeer ernstig genomen (dat lezen we komende zondag) – wellicht ook daarom dat hij er zo vrij en vertrouwvol is uitgekomen. Hij raadt het zijn leerlingen dus ook ten stelligste aan.
Zal ík met die aanbeveling iets doen?
Mt. 7,21.24-27 (3/12/2020)
[Jezus ging verder met zijn onderricht op de berg:] “Niet iedereen die “Heer, Heer!” tegen mij zegt,
zal binnengaan in het koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van mijn Vader.
Iedereen die mijn woorden hoort en ze doet, is te vergelijken met een verstandig man die zijn huis bouwde op de rots.
De regen sloeg neer, de rivieren zwollen op, de winden raasden en beukten op dat huis,
maar het stortte niet in, want het was gegrondvest op de rots.
Maar iedereen die mijn woorden hoort en ze niet doet, is te vergelijken met een verdwaasde
die zijn huis bouwde op het zand. De regen sloeg neer, de rivieren zwollen op, de winden raasden en beukten op dat huis,
maar het stortte in zodat het helemaal verwoest werd.”
Lichtjes van hoop zijn het, de mensen die “de wil doen van mijn Vader”. Die mensen wiens leven gericht is op de ander.
Zij zijn immers die huizen, die mensen die stevig gegrondvest staan en bestand zijn tegen wind, regen en storm.
Het is daar bij die mensen, in die huizen dat velen een toevlucht vinden, een thuis. Het is daar dat
• mensen elkaar optillen, nabij zijn en blijven
• aandachtig en liefdevol met elkaar wordt omgegaan
• dak- en thuisloze gezien en begroet worden
• kinderen aan elkaar mogen groeien
• tijd gemaakt wordt om even te bellen, langs te gaan
• …
Kortom op zovele plekken, in zovele huizen, waar G-d de richting mag aangeven en mensen weg-wijst uit zichzelf naar de ander toe.
Ik daag je uit om, in deze adventstijd, om je heen te kijken, te zien en met elkaar te delen over die vele lichtjes van hoop,
die ons – deels en bijna – laten geloven in ooit helemaal!
Mt.7,7-12 (2/03/2023)
Blijf vragen en er zal je worden gegeven,
blijf zoeken en je zal vinden,
blijf kloppen en er zal je worden open gedaan.
Want al wie vraagt, ontvangt,
al wie zoekt, vindt,
en voor al wie klopt, wordt open gedaan.
Wie van jullie, mensen, zal, als zijn kind om brood vraagt, hem een steen geven,
of als het een vis vraagt, een slang?
Als jullie dus, terwijl je slecht bent, goede gaven geven aan jullie kinderen,
hoeveel te meer dan zal jullie Vader in de hemelen het goede geven aan wie het hem vraagt.
Dus alles wat je zou willen dat mensen voor jou doen, doe dat voor hen.
Dat is wet en profeten!
Jezus’ boodschap is simpel. Toch?
Wat kan ik daaraan toevoegen?
Niets eigenlijk.
Dus gewoon: doen!
… of is dat toch niet zo gewoon?
Mt.8,5-11 (4/12/2023)
5 Toen Jezus binnenging in Kafarnaüm,
kwam er een centurio [honderdman, Romeinse legeroverste] smekend naar hem:
6 “Heer, mijn jongen [kan zijn zoon zijn, of een dierbare knecht]
ligt thuis verlamd en lijdt vreselijke pijn.”
7 Jezus zei hem:
“Ik zal hem komen genezen.”
8 Maar de centurio antwoordde hem:
“Heer, ik ben te klein dat je in mijn huis zou komen,
maar spreek slechts één woord
en mijn jongen zal gezond worden.
9 Want ook ik ben een mens aan wie volmacht werd gegeven.
Ik heb soldaten onder mij
en als ik tot de ene zeg ‘ga’, dan gaat hij,
en tot de ander ‘kom’, dan komt hij,
of tegen mijn dienstknecht ‘doe dit’, dan doet hij dat.”
10 Toen Jezus dit hoorde, verwonderde hij zich
en zei tegen wie hem volgden:
“Amen, ik zeg jullie:
Zelfs in Israël heb ik niet zo’n groot geloof/vertrouwen gevonden!
11 Daarom zeg ik jullie
dat velen van oost tot west zullen komen
en met Abraham, Isaak en Jakob
deel zullen hebben aan het koningschap van de hemelen.
Wat mij opvalt, is de menselijkheid en bescheidenheid van de honderdman. Zijn houding getuigt van grote innerlijke vrijheid en is een voorbeeld van dienend leiderschap. Zolang de knecht bevelen ontvangt en ze uitvoert, is hij een knecht, zodra hij echter ziek wordt, verandert de relatie naar één die buiten de ‘machts’orde staat: de knecht wordt een geliefd kind.
Dit is ‘Evangelie’ in haar essentie: Niemand is baas maar ieder is knecht. Niemand stelt zich boven de ander maar ten dienste van de ander. Dat is de wereld op zijn kop. Het is een perspectiefwissel: niet langer je opstellen als boven-geschikte maar als even-geschikte, als naaste, waardoor je in een relatie komt te staan die verrijkt en motiveert.
Liefde is hiertoe dé drijfveer en hét draagvlak. Ze maakt het mogelijk om aan te voelen wanneer je uit je rol moet stappen. Je kwetsbare zelf zal dan naar bovenkomen en zo komt de knecht/de ander centraal te staan.
Mt.8,1-4 (25/06/2021)
Nu daalde Jezus af van de berg. Een grote menigte volgde hem.
En kijk, er kwam een melaatse. Die knielde voor hem neer en zei: “Als het in jouw bedoeling ligt, heb je de volmacht mij te reinigen.” Jezus strekte zijn hand uit en raakte hem aan: “Ik wil, word gereinigd!” En onmiddellijk werd zijn melaatsheid gereinigd.
Jezus zei hem: “Let op dat je aan niemand iets zegt, maar ga [naar de tempel in Jeruzalem] en laat je zien aan de priester en offer voor je reiniging wat Mozes heeft geboden, als een getuigenis voor hen.”
Twee zaken springen in het oog omdat ze niet van-zelf-sprekend zijn.
1. “Als het in jouw bedoeling ligt.” Niet de meest gebruikelijke zin om een smeekbede mee te beginnen. Meestal gaat het over wat wil ik, mijn vragen en verlangens. Hier niet! Hier wordt alles omgedraaid. De man legt zijn situatie neer voor Jezus en geeft ze uit handen. De keuze om er al dan niet iets mee te doen ligt bij Jezus … dus niet wat ik wil.
2. Jezus’ houding t.o.v. een uitgerangeerde (melaatse). Hij keert hem niet de rug toe maar ziet hem en luistert naar wat hij te zeggen heeft. Hij neemt hem serieus én raakt hem aan. Een intense aanraking die bevrijdt, geneest. Geen angst te bespeuren om zelf ziek te worden maar een volledig gericht zijn op de man tegenover hem. Door de aanraking kan hij opnieuw de draad van zijn leven opnemen. Hij wordt aangemoedigd om opnieuw naar de maatschappij te gaan en te doen wat wettelijk van hem gevraagd wordt.
Ten slotte vraagt Jezus om hierover niet te spreken. Dankbaarheid hoeft geen woorden. Je kan haar ook Léven door niet van-zelf-sprekend te leven maar sprekend van G-d.