Verbonden Leven

Zoek

Zoektip

Zoektip:

Tik Joh. 1,25 
of tik je specifieke zoekterm in (vb. engel) 

Mt.9,14-17 (4/07/2020)

Op zekere dag kwamen de leerlingen van Johannes tot Jezus met de vraag:
'Waarom vasten wij en de Farizeeën wel, maar jouw leerlingen niet?'
Jezus sprak tot hen: 'De vrienden van de bruidegom kunnen toch niet bedroefd zijn zolang de bruidegom bij hen is?
Er zullen dagen komen dat de bruidegom van hen is weggenomen; dan zullen zij vasten.
Niemand gebruikt voor een oud kleed een verstellap van ongekrompen stof; want het ingezette stuk trekt aan het kleed
en de scheur wordt nog groter. Ook doet men geen jonge wijn in oude zakken, anders barsten de zakken,
de wijn loopt eruit en de zakken gaan verloren. Maar jonge wijn doet men in nieuwe zakken; dan blijven beide behouden.'

Jezus spreekt hier over zichzelf als over de bruidegom en over zijn leerlingen als diens vrienden.
Én dat ze bij elkaar zijn en ook wel dat er andere momenten zullen zijn.
Je kunt dit lezen als een min of meer rechtstreekse verwijzing naar het feit dat de leerlingen over niet eens
zo lange tijd Jezus wél zullen moeten missen, en dat ze dan de gebruikelijke religieuze praktijk van het vasten ook wel zullen toepassen.
Maar m.i. is er meer aan de hand. Dat aan- en afwezig zijn van Jezus lijkt mij niet enkel over zijn fysieke leven van toen te gaan.
Drukken wij niet evenzeer ons religieuze aanvoelen vaak uit in termen van G-d aan- of afwezig voelen?
En is het dan niet juist dít wat Jezus ons hier duidelijk maakt: dit hoort er allemaal bij, de afwezigheid
– met haar vasten, en de aanwezigheid – met haar bruiloftsfeest?! Ze zijn als eb en vloed van de ene zee.
En als de zee niet minder zee is bij eb als bij vloed, is G-d dan minder als hij aan- of afwezig is (t.t.z.: zo ‘voelt’ voor ons)?
Haal maar een nieuw zak boven om deze nieuwe wijn in te bewaren …!

Mt.8,1-4 (30/06/2023)

1     Nu daalde Jezus af van de berg.
      Een grote menigte volgde hem.
2     En kijk, er kwam een melaatse.
      Die knielde voor hem neer en zei:
      “Als het in jouw bedoeling ligt,
      heb je de volmacht mij te reinigen.”
3     Jezus strekte zijn hand uit en raakte hem aan:
      “Ik wil, word gereinigd!”
      En onmiddellijk werd zijn melaatsheid gereinigd.
4     Jezus zei hem:
      “Let op dat je aan niemand iets zegt,
      maar ga [naar de tempel in Jeruzalem]
      en laat je zien aan de priester
      en offer voor je reiniging
      wat Mozes heeft geboden,
      als een getuigenis voor hen.”

We zijn getuigen van een man met een besmettelijke ziekte (uit de rafelrand van de samenleving dus) die vastberaden en vol verwachting naar Jezus toekomt. Hij komt niet om te vragen hem te genezen, ook niet om eisen te stellen. Het enige wat hij doet is erkennen dat, als Jezus het wil, hij hem zou kunnen reinigen. Hij geeft zich geheel over aan de wil van Jezus om met hem te doen wat Go(e)d is. Dit impliceert dat de man bereid is om de rest van zijn leven als melaatse door het leven te gaan (als het niet Jezus’ bedoeling was hem letterlijk te genezen). Zo’n overtuiging en nederige overgave laten een sterk staaltje geloof zien, daar kan ik nog veel van leren.
Ok de man had niets te verliezen …
- Hij had geen reputatie die hij hoog moest houden.
- Hij hield zich niet bezig met wat anderen van hem vonden.
- Hij had geen trots meer, want hij was reeds geheel gebroken.
- Hij had geen rechten, had zelf niets te willen.
- …
Misschien is het juist dat wat ons in de weg zit om ons volledig over te geven aan G-d, nl. het feit dat we overtuigd zijn dat we nog zoveel te verliezen hebben.

Mt. 7,21-29 (25/06/2020)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Niet ieder die tot mij zegt: 'Heer! Heer!' zal binnengaan in het koninkrijk der hemelen,
maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is. Velen zullen op die dag tot mij zeggen:
'Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en hebben wij niet in uw naam duivels uitgedreven en in uw naam veel wonderen gedaan?'
Maar dan zal ik hun onomwonden verklaren: Nooit heb ik u gekend; gaat weg van mij, gij die ongerechtigheid doet!
Ieder nu die deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan men vergelijken met een verstandig man die zijn huis op rotsgrond bouwde.
De regen viel neer, de bergstromen kwamen oplaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots.
Maar ieder die deze woorden van mij hoort doch er niet naar handelt, kan men vergelijken met een dwaas die zijn huis bouwde op het zand.
De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij beukten dat huis, zodat het volledig verwoest werd.'
Toen Jezus deze toespraak geëindigd had was het volk buiten zichzelf van verbazing over zijn leer.
Want hij onderrichtte niet zoals hun schriftgeleerden, maar als iemand die gezag heeft.

Soms zien levens er tamelijk gelijklopend uit. Huisje, tuintje, financiële mogelijkheden en weinig reden tot klagen.
Zo ziet het er langs buiten uit, als alles vlot loopt. Maar wat als er tegenslagen komen, spanningen, conflicten, …?
Dan lijkt het over essentiële zaken te gaan: een stevig fundament en intensiteit van leven. Beide zijn het onze eigen verantwoordelijkheid.
Waar kies ik voor?
Kies ik voor drijfzand of rotsgrond? Een leven aan de oppervlakte of in de diepte? Een leven zonder of met toekomst?
Kies ik ervoor om tijd vrij te maken en mij te verbinden met ‘G-d’? Wil ik wel met Hem in relatie gaan en luisteren?
Zo intens luisteren dat zijn woorden écht binnen mogen komen zodat ik ze eigen kan maken?
Maak ik in mijn leven de keuze om écht te horen (naar zijn woorden) én waarachtig te handelen (gerechtigheid doen).
Mooi toch dat er hiervoor in het Hebreeuws slechts één woord is: ‘dabar’. Het betekent zowel woord als daad.
Onlosmakelijk zijn die twee met elkaar verbonden.

Mt.10,17-22 (26/12/2024)

17    En pas op voor de mensen!
       Want ze zullen jullie overleveren aan gerechtshoven
       en jullie geselen in hun samenkomsten [synagoge].
18    Je zult voor stadhouders en koningen geleid worden
       omwille van mij,
       tot getuigenis voor hen en voor de volken.
19    Wanneer ze echter jullie overleveren,
       wees dan niet bezorgd over hoe of wat je moet zeggen,
       want op dat uur
       zal wat je te zeggen hebt
       je gegeven worden,
20    want niet jullie zijn het die dan spreken,
       maar het is de Geest van de Vader die in jullie spreekt.
21    Een broer zal een broer uitleveren ter dood,
       een vader een kind,
       kinderen zullen opstaan tegen hun ouders
       en hen doden;
22    je zult door allen gehaat worden
       omwille van mijn naam;
       maar wie standvastig blijft ten einde toe,
       zal bevrijd worden.

Overal wordt nog uit volle borst gezongen over vrede en liefde. G-d is net op de wereld gekomen, zo klein en weerloos. Vol goede moed willen we écht een begin maken van die goddelijke Liefde.
En dan klinken deze woorden: Pas op! Het zal er hard aan toegaan. Als je G-ds Naam gaat leven, als Liefde het vertrekpunt mag worden van heel je doen en laten, dan zal het vaak lastig zijn. Want deze goddelijke Liefde is zo broos en kwetsbaar dat ze door geen wapens of harde woorden kan afgedwongen worden. Ze kan alleen beschermd worden door de Liefde zelf.
De radicaliteit van deze Liefde doet mensen terugdeinzen. We zijn zoveel Liefde niet gewoon. Ook ik deins ervoor terug. En toch vraagt G-d ook mij of ik bereid ben zijn Liefdesboodschap te verkondigen en te leven. En hij zegt er bij dat er risico’s aan verbonden zijn – Stefanus heeft het aan den lijve moeten ondervinden.
Maar, hij zegt ook, dat je het niet alleen hoeft te doen. De Geest zal je inzicht geven zodat je weet wat je moet doen of zeggen – tenminste als je bereid bent om je voor hem open te stellen.

Mt.9,35 – 10,1.5-8 (5/12/2020)

Jezus trok rond langs alle steden en dorpen. Hij gaf onderricht in hun plaatsen van samenkomst [synagoge]
en verkondigde het bevrijdende nieuws van het koninkrijk en hij heelde elke ziekte en elke zwakte onder het volk.
Toen hij de menigte echter overzag, werd hij diep innerlijk bewogen om hen,
omdat ze opgejaagd en krachteloos waren, als schapen zonder herder.
Hij zei tegen zijn leerlingen: “De oogst is wel overvloedig, maar arbeiders zijn er weinig.
Vraag daarom aan de heer van de oogst dat hij arbeiders uitstuurt in zijn oogst.”
En hij riep zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hen volmacht over nog niet gereinigde geesten,
zodat ze die aan het licht konden brengen en elke ziekte en zwakte helen.
Deze twaalf zond Jezus uit en droeg hen op: “Ga niet de weg van de heidenen, ga niet binnen in een stad van de Samaritanen,
maar ga veeleer naar de verloren schapen van het huis van Israël. Ga en verkondig: Het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.
Heel de verzwakten, reinig de melaatsen, wek de doden op, verdrijf de demonen. Voor niets heb je ontvangen, voor niets moet je geven.”

Jezus trekt rond, verkondigt – met woord en daad – en ziet. Hij ziet wat mensen beroert. Hij ziet hun angst, hun zorgen en pijn.
Hij ziet hoe ze de kracht en de moed verliezen. Daarbij weet Hij dat ze nood hebben aan iemand die hen inspireert, die hen de weg wijst.
Dit zien raakt hem tot in het diepst van zijn wezen waardoor hij in beweging gezet wordt. Hij kan niet langer blijven wachten.
Daar op de plek waar hij leeft, geeft Hij een antwoord. Hij zendt zijn leerlingen op weg om te verkondigen, te helen, mensen rechtop te helpen.
Je laten raken, innerlijke bewogen worden, zet je in beweging. En dat heeft effect. Het had effect toen, maar ook nu. Kijk dus om je heen.
Je zal mensen zien die zich tot in het diepst van hun zijn laten raken. Mensen die in beweging komen en een antwoord geven
op de nood van de mensen die aan hen zijn toevertrouwd.
Een beweging die uitdijt en zich verspreidt met elke mens die meegaat in zijn spoor.
Zo zal het koninkrijk der hemelen nabij komen – het is al begonnen, zie je het niet?!

Mt.9,18-26 (6/07/2020)

Terwijl Jezus eens tot de menigte sprak, kwam er een overste naar Hem toe, wierp zich voor Hem neer en zei:
'Mijn dochter is zojuist gestorven: maar kom haar de hand opleggen dan zal zij weer levend worden.'
Jezus stond op en ging met hem mee, vergezeld van zijn leerlingen. Plotseling naderde Hem van achter een vrouw die al twaalf jaar lang aan vloeiingen leed,
en raakte de zoom van zijn mantel aan. Want ze zei bij zichzelf: 'Als ik alleen maar zijn mantel kan aanraken, zal ik al genezen zijn.'
Maar Jezus keerde zich om, en toen Hij haar zag sprak Hij: 'Heb goede moed, dochter, jouw geloof heeft je genezen.'
En vanaf dat ogenblik was de vrouw gezond. Toen Jezus in het huis van de overste kwam en de fluitspelers en het misbaar makende volk zag sprak Hij:
'Gaat heen, want het meisje is niet gestorven maar slaapt.' Doch ze lachten Hem uit. Toen al dat volk buitengezet was, trad Hij naderbij,
greep haar hand en het meisje stond op. Het verhaal hiervan deed de ronde door heel die streek.

Een paar dingen vallen op:
Het gaat opnieuw over vertrouwen als basis voor genezing. (Je moet maar durven: al dood, en toch maar vragen om genezing; al 12 jaar ziek, en toch …)
Dat kan het eigen vertrouwen zijn, maar blijkbaar ook plaatsvervangend door iemand die echt om de zieke/dode geeft.
Beide situaties gaan om onreinheid (Joden die een dode of bloedvloeiende vrouw aanraakten, waren onrein en werden een tijd uit de synagoge geweerd) –
waar Jezus zich niets van aantrekt! Hij ziet het lijden van de mens, niet diens aangepraate onaanraakbaarheid.
Hij raakt ze wél aan / laat zich aanraken en gaat een intiem gesprek met hen aan. Hoe helend!
De eenvoud waarmee dat alles gebeurt. (Midden een gedoe dat gemakkelijk zijn aandacht had kunnen afleiden, maar neen: zijn oog en hart valt op de mens in nood.)
Geen ‘misbaar’, geen ‘omhaal van woorden’, geen ‘kijk eens naar mij’, maar enkel dat ene woord en gebaar, dat kleine goede dat voor de ander een wereld van verschil maakt.

Subcategorieën