Verbonden Leven

Zoek

Zoektip

Zoektip:

Tik Joh. 1,25 
of tik je specifieke zoekterm in (vb. engel) 

Mt.7,21-29 (23/06/2022)

“Niet iedereen die “Heer, Heer!” tegen mij zegt, zal binnengaan in het koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van mijn Vader.
Op die dag [van het oordeel] zullen velen zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in jouw Naam profetisch gesproken, hebben wij niet in jouw Naam demonen uitgedreven en hebben wij niet in jouw Naam vele wonderen gedaan?”
Dan zal ik onomwonden tegen hen zeggen: “Nooit heb ik jullie gekend. Weg van mij! – die ongerechtigheid doen.” [Ps.6,9]
Iedereen die mijn woorden hoort en ze doet,
is te vergelijken met een verstandig man
die zijn huis bouwde op de rots.
De regen sloeg neer, de rivieren zwollen op,
de winden raasden en beukten op dat huis,
maar het stortte niet in,
want het was gegrondvest op de rots.
Maar iedereen die mijn woorden hoort en ze niet doet,
is te vergelijken met een verdwaasde
die zijn huis bouwde op het zand.
De regen sloeg neer, de rivieren zwollen op,
de winden raasden en beukten op dat huis,
maar het stortte in,
zodat het helemaal verwoest werd.”
Toen Jezus deze woorden beëindigde, stond de menigte versteld van zijn onderricht, want hij onderrichtte als iemand met gezag, en niet zoals hun schriftgeleerden.

Een welbekend en vaak geliefd verhaal: Het huis op de rots. Ik hoorde het al menig maal als misdienaar op huwelijksvieringen en dacht toen al: “… en zouden ze dat nu ook dóen, hun huis bouwen op rotsgrond?” – toen al wetende dat het niet over letterlijke rotsgrond ging (want die was er niet in Vlaanderen), maar over Jezus als de gids in je leven meenemen.
Dat het ‘verhaal’ over meer ging dan dat, ontdekte ik pas later. Daarvoor moet je ook de omringende tekst lezen. In zijn openingszin die naar deze gelijkenis toe leidt, zegt Jezus het heel expliciet: Het gaat niet om de vrome woorden, maar om wat je daad-werkelijk doet. De gelijkenis is eigenlijk geen oproep om je ‘huis’ stevig te bouwen, maar een ‘bewijsvoering’ dat als je daad-werkelijk G-ds wil dóet je huis ‘ipso facto’ stevig zal staan!
De vraag voor vandaag (en ons hele leven) luidt dus níet: ga je vandaag bidden dat Jezus je bouwheer mag zijn; maar: ga je vandaag je handen uit de mouwen steken en wat bakstenen op elkaar zetten om het Rijk Góds op te bouwen?!

Mt.9,32-38 (7/07/2020)

In die tijd bracht men Jezus een stomme die door de duivel bezeten was.
Zodra de duivel was uitgedreven begon de stomme te spreken. De mensen zeiden vol verbazing:
'Nog nooit heeft men in Israël zóiets gezien.' Maar de Farizeeën zeiden:
'De vorst der duivels stelt hem in staat de duivels uit de drijven.'
Jezus ging rond door alle steden en dorpen, waar hij onderricht gaf in hun synagogen
en de Blijde Boodschap verkondigde van het Koninkrijk en alle ziekten en kwalen genas.
Bij het zien van die menigte mensen werd hij door medelijden bewogen, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder.
Toen sprak hij tot zijn leerlingen: 'De oogst is wel groot maar arbeiders zijn er weinig.
Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten.'

Eerst nog een verhaal van heling – waarbij nog maar eens duidelijk wordt dat zelfs met de feiten onder de ogen,
je ze nog kunt zien als wonderlijk of des duivels. Wonderen moet je wíllen zien, omdat ze alleen met het hart onderscheiden kunnen worden!
En dat hart van Jezus (in de bijbelse taal zijn het eigenlijk zijn ingewanden! En ze hadden gelijk! ‘Voel’ eens echt wáár in je lichaam je woede,
ontroering, verdriet, verliefdheid, … vóelt? Jazeker, in je buik! Later is ‘het hart’ de samenvatting geworden van al die innerlijke gebeurtenissen,
én de plaats van de kéuze wat je ermee zult doen.) Dat hart dus van Jezus raakt ten diepste beroerd.
Hij zíet de ellende van de mensen, vóelt hun zorgen en lasten, hóort hun vragen … en wéét dat ze leidingloos zijn.
Ja, machthebbers zijn er wel, maar daar komt eigenbelang maar al te makkelijk om de hoek kijken. Maar leiders die écht uitgaan van de nood van de mens?
Leiders die díenen? Die zijn er te kort … véél te kort …
Dat had Jezus gezien. Op zijn tijd en zijn plek heeft hij antwoord gegeven.
En hoopt dat wie in zijn spoor wil gaan – jij? ik? – op de eigen tijd en eigen plek ook antwoord zal geven.

 

Mt.10,24-33 (9/07/2022)

“Een leerling staat niet boven zijn meester, een knecht niet boven zijn heer. Het is voldoende voor de leerling als hij wordt zoals zijn meester, en voor de knecht zoals zijn heer. Als ze de
heer der huizes al Beëlzebul hebben genoemd [Mt.9,34 & Mt.12,24; de heerser van de demonen, heer der vliegen / heer des huizes], hoeveel te meer dan zijn huisgenoten!
Wees dus niet bang voor hen! Want niets dat bedekt is, zal niet ontdekt worden, en niets wat verborgen is, zal niet bekend worden. Wat ik jullie zeg in het duister, spreek dat uit in het licht, en wat je in je oor hoort [fluisteren], verkondig dat van de daken.
Wees niet bang voor wie het lichaam doden, maar het waarachtige leven [geest-ziel] niet kunnen doden. Vrees veeleer hem die én leven [geest-ziel] én lichaam kan achterlaten in de gehenna.
Worden twee musjes niet voor een cent verkocht? En toch zal niet één van hen op de aarde neervallen buiten [de wil van] jullie Vader om. Terwijl van jullie zelfs elke haar op je hoofd is geteld! Wees dus niet bang! Jullie gaan vele musjes te boven.
Ieder die zich bij de mensen uitspreekt als één met mij, over die zal ook ik mij bij mijn Vader in de hemelen uitspreken als één met hem. Maar wie mij bij de mensen verloochent, die zal ik ook bij mijn Vader in de hemelen verloochenen.

“Wees niet bang!” Het staat er drie keer, als een refrein dat in onze oren moet blijven hangen. “Wees niet bang!” Jezus hamert het op ons gehoorbeen, onze koppige kop en ons verharde hart. “Wees niet bang!” Bij de verschillende onderwerpen die Jezus hier aanraakt, is er telkens maar één conclusie: geen enkele is de moeite waard om bang voor te zijn als je daad-werkelijk in verbondenheid met Christus leeft.
Wat zijn wij toch kleinzielige mensen: wij zéggen Christen te zijn, maar leven er amper naar. En dat laatste is nu net vooral te zien aan onze angst. “Liefde sluit alle angst uit”, schrijft Johannes in zijn prachtige en krachtige brief. (1Joh.4,18) Als wij werkelijk zouden vertrouwen dat ons leven gedragen is door een G-d die ons liefheeft en ons Léven wíl schenken, dan is er niets ter wereld sterk genoeg om dat te verwoesten.
Maar wij maken ons zorgen over van alles en nog wat, en vullen zo onze dagen met angst … Maar gelukkig kende Jezus zijn leerlingen en drukte hij hen op het hart: ...

Mt.7,7-12 (25/2/2021)

Blijf vragen en er zal je worden gegeven,
blijf zoeken en je zal vinden,
blijf kloppen en er zal je worden open gedaan.
Want al wie vraagt, ontvangt,
al wie zoekt, vindt,
en voor al wie klopt, wordt open gedaan.
Wie van jullie, mensen, zal, als zijn kind om brood vraagt, hem een steen geven,
of als het een vis vraagt, een slang?
Als jullie dus, terwijl je slecht bent, goede gaven geven aan jullie kinderen,
hoeveel te meer dan zal jullie Vader in de hemelen het goede geven aan wie het hem vraagt.
Dus alles wat je zou willen dat mensen voor jou doen, doe dat voor hen.
Dat is wet en profeten!

 Ik word de laatste maanden vaak getroffen door de devotie van eenvoudige mensen.
Mensen die in de kerk een kaarsje komen branden en even stilstaan en prevelen.
In al hun onmacht en eenzaamheid blijven ze aankloppen in de hoop Iemand te vinden
die luistert en hen in al hun onmacht nabij wil blijven.
En G-d hij lijkt te zwijgen – ik hoor hem toch zelden. Machteloos kijkt hij toe – aan hun situatie veranderd er niets.
En toch blijven zij vragen, zoeken en kloppen. Hebben zij weet van een trouwe, nabije G-d?
Op die momenten voel ik tot in mijn ingewanden (tot in het diepst van mijn wezen) dat daar, doorheen die eenvoudige gebaren en woorden,
iets gebeurt dat van een andere orde is dan onze menselijke wetmatigheden.
Die mensen maken mij duidelijk dat dit alles te maken heeft met vertrouwen en zich toe-vertrouwen aan,
met in relatie gaan en je verbinden aan die liefdevolle Ander.
Hij/Zij blijft je telkens weer (tot in het oneindige) trouw nabij, stuurt je niet weg maar luistert.
Bij hem wil ook ik blijven aankloppen, wetende dat er zal worden opengedaan.

Mt.7,21-29 (24/06/2021)

“Niet iedereen die “Heer, Heer!” tegen mij zegt, zal binnengaan in het koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van mijn Vader.
Op die dag [van het oordeel] zullen velen zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in jouw Naam profetisch gesproken, hebben wij niet in jouw Naam demonen uitgedreven en hebben wij niet in jouw Naam vele wonderen gedaan?” Dan zal ik onomwonden tegen hen zeggen: “Nooit heb ik jullie gekend. Weg van mij! – die ongerechtigheid doen.” [Ps.6,9]

Iedereen die mijn woorden hoort en ze doet, is te vergelijken met een verstandig man die zijn huis bouwde op de rots. De regen sloeg neer, de rivieren zwollen op, de winden raasden en beukten op dat huis, maar het stortte niet in, want het was gegrondvest op de rots.
Maar iedereen die mijn woorden hoort en ze niet doet, is te vergelijken met een verdwaasde die zijn huis bouwde op het zand. De regen sloeg neer, de rivieren zwollen op, de winden raasden en beukten op dat huis, maar het stortte in, zodat het helemaal verwoest werd.”

Toen Jezus deze woorden beëindigde, stond de menigte versteld van zijn onderricht, want hij onderrichtte als iemand met gezag, en niet zoals hun schriftgeleerden.

“De wil doen van mijn Vader”… de weg hiertoe mochten we de voorbije dagen uitgebreid beluisteren. Elke richtingwijzer werd door Jezus grondig onder de loep van de mateloze, goddelijke liefde gelegd en daardoor verdiept en verbreed. Zo wordt het geheel het fundament voor ‘een volk van God’ en zal het (als wij ervoor kiezen) fungeren als fundament voor ons huis, voor de plek waar we leven. Zo’n fundament kan tegen een stootje. Het zal niet weggespoeld worden door ikkige oppervlakkigheid en de wind van eigen gewin zal het niet omver blazen.
Op welke grond zal je bouwen? Kies je voor drijfzand of rotsgrond, voor een leven aan de oppervlakte of in de diepte?
De wil doen van mijn Vader is kiezen voor diepte van leven. Het is kiezen om tijd vrij te maken en je te verbinden met G-d. Het is kiezen om intens te luisteren zodat zijn woorden écht binnen mogen komen en jij ze je eigen kan maken. Het is ten diepste horen (naar zijn woorden) en waarachtig handelen (gerechtigheid doen). Dan zullen die twee (woord en daad) in jouw leven onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en zal je kunnen spreken met gezag.

Mt.9,9-13 (21/09/2024)

     Jezus ging van daar verder
       en zag een zekere Matteüs bij het tolhuis zitten.
       “Volg mij,” zei hij tegen hem,
       en hij stond op en volgde Jezus.
10    Jezus ging in op zijn uitnodiging voor een afscheidsmaal.
       En kijk: Veel tollenaars en zondaars kwamen ook
       en lagen mee aan tafel met Jezus en zijn leerlingen.
11    Toen de Farizeeën dit zagen,
       insinueerden ze tegen zijn leerlingen:
       “Waarom eet die meester van jullie met tollenaars en zondaars?”
12    Maar Jezus had dit gehoord en antwoordde:
       “Niet de gezonden hebben een dokter nodig,
       maar de zieken.
13    Ga, en onderzoek wat dit wil zeggen.
       Mededogen wens ik, geen holle offers.
       Niet om de rechtvaardigen te roepen, ben ik gekomen,
       maar de zondaars.”

We kennen hem wel, die Matteüs. Of althans, we denken dat we hem kennen. Dat is zo’n tollenaar, zo een die ons geld aftroggelt, en dat dan nog in naam van de vijand! Van zo’n tollenaar kan niets goeds komen – dat weten we wel …
Gelukkig kijkt – weeral eens dat ‘kijken’ – Jezus anders! Gelukkig heeft hij gezien dat er in deze Matteüs, een mens!, meer schuilt en dat hij geroepen is om boven zijn eigen beperkingen uit te groeien. Hij wordt apostel, en later schrijft hij ook nog zijn Evangelie. (Volgens de traditie althans is dit dezelfde persoon.)
En opnieuw dezelfde vraag aan onszelf: Hoe zullen wij kijken? Pinnen we mensen vast op hun beroep of faam? Pinnen we mensen vast op wat ze misschien inderdaad ‘ooit’ hebben gedaan? Of kunnen wij mensen vrij kijken? Kunnen we zelf met vrije blik zien dat er meer schuilt in deze mens en hem of haar daardoor nieuwe en onvermoede kansen geven? We zullen aangenaam verrast worden door wat voor ‘grootse dingen’ daaruit zullen voortvloeien!

Subcategorieën