Verbonden Leven

Zoek

Zoektip

Zoektip:

tik vb. Mt. 1,21-12
tik een specifieke zoekterm in (vb. engel) 

Mt.25,31-46 (7/03/2022)

Wanneer nu de mensenzoon komt in zijn heerlijkheid, en alle engelen met hem,
zal hij plaatsnemen op zijn heerlijke troon. Alle volken zullen voor hem verzameld worden
en hij zal allen onderscheiden, zoals een herder de schapen onderscheidt van de bokken.
De schapen zal hij aan zijn rechterhand zetten, de bokken aan zijn linker.
Dan zal de koning zeggen tegen wie aan zijn rechterhand zit: “Kom, gezegenden van mijn Vader,
ontvang het koninkrijk dat voor jullie bereid is vanaf de grondlegging van de wereld.
Want ik had honger en jullie hebben mij te eten gegeven; ik had dorst en jullie hebben mij te drinken gegeven;
ik was vreemdeling en jullie hebben mij in je midden opgenomen; ik was naakt en jullie hebben mij gekleed;
ik was ziek en jullie hebben naar mij omgezien; ik was gevangen en jullie zijn naar me toegekomen.”
Dan zullen de rechtvaardigen hem vragen: “Heer, wanneer hebben wij jou hongerig gezien en hebben we je te eten gegeven,
of dorstig en hebben we je te drinken gegeven? Wanneer hebben we je als vreemdeling gezien
en hebben we je in ons midden opgenomen, of naakt en hebben je gekleed?
En wanneer hebben wij je ziek gezien of gevangen en zijn wij naar je toe gekomen?”
Dan zal de koning hen antwoorden: “Zeker, ik zeg jullie: Voor zover je deze dingen hebt gedaan
voor een van mijn broers of zussen, de allergeringsten, heb je ze voor mij gedaan.”
Dan zal hij ook zeggen tegen wie aan zijn linkerkant zit: “Ga weg van mij, vervloekten,
in het eeuwig vuur dat bereid is voor de uiteendrijver [diabolos] en zijn engelen.
Want ik had honger en jullie hebben mij niet te eten gegeven; ik had dorst en jullie hebben mij niet te drinken gegeven;
ik was vreemdeling en jullie hebben mij niet in je midden opgenomen; ik was naakt en jullie hebben mij niet gekleed;
ik was ziek en gevangen en jullie hebben niet naar mij omgezien.”
Dan zullen ook zij vragen: “Heer, wanneer hebben wij je hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt,
of ziek of gevangen, en hebben wij niet voor je gezorgd?”
Dan zal hij hen antwoorden: “Zeker, ik zeg jullie:
Voor zover je deze dingen niet hebt gedaan voor een van de allergeringsten, heb je ze ook niet voor mij gedaan.”
En dezen zullen weggaan naar de eeuwige bestraffing, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven.

We leven allemaal in dezelfde wereld. We komen overal gelijkaardige mensen tegen, mensen van allerlei slag. En Jezus herkennen we niet, vermoedelijk omdat hij zich helemaal vereenzelvigd heeft met de meest kwetsbare mensen, ‘rafelrandmensen’, en er totaal mee samenvalt. We herkennen hem niet, maar dat is ook niet waar het om draait volgens Jezus. Zie en doe goed, richt je op hen en wees hen nabij. Zie de ander, laat je raken door de pijn en de vreugde en kom tot handelen. In dat handelen, gebeurt G-d, daar ontstaat verbinding. Niet in grote, dure woorden maar in nabij zijn en blijven, in alert en zorgzaam omgaan met elkaar. Zo zal gezien worden wie niet-gezien wordt, vrij gemaakt wie niet-vrij is, gekleed wie niet-gekleed is, en dat maakt het verschil tussen leven en niet-leven, tussen G-d en niet-G-d. Dat maakt leven tot Eeuwig Léven
Aan ieder van ons de keuze: (niet) kijken, (niet) in relatie gaan en (niet) handelen.
Het oordeel is aan G-d.

Mt. 28,8-15 (10/04/2023)

Haastig gingen de vrouwen, in ontzag en grote vreugde, terug van het graf naar zijn leerlingen om het [de boodschap van de engel dat Jezus was verrezen] hen te berichten. En kijk! Terwijl ze onderweg waren, kwam Jezus hen tegemoet en zei: “Met vreugde gegroet!” [ Goeiemorgen!] Zij liepen op hem toe, bogen voor hem neer en klampten zijn voeten vast. Jezus zei tegen hen: “Wees niet bang! Ga, en bericht mijn broers dat ze naar Galilea moeten gaan. Daar zullen ze mij zien.” En zij gingen.
Maar kijk! Enkele van de wachters kwamen in de stad en berichtte de hogepriesters wat er was gebeurd. Zij kwamen bijeen met de oudsten en namen een raadsbesluit: Ze gaven de soldaten veel zilverlingen met de opdracht: “Zeg dat zijn leerlingen hem ’s nachts zijn komen stelen, terwijl wij sliepen. En als het de landvoogd [Pilatus, die de wacht bevolen had] ter ore zou komen, zullen wij hem wel overtuigen zodat jullie je geen zorgen moeten maken.” Zij namen de zilverlingen en deden zoals hun was aangeleerd, en dit verhaal deed onder de Joden de ronde, tot op vandaag.

De evangelist Mattheüs verhaalt hoe twee vrouwen naar het graf waren gegaan met de bedoeling zorg te dragen voor de dode. Ze horen er dat Jezus leeft. Zij worden opengebroken. Ze laten zich raken en dat opent een nieuw perspectief. Ze beseffen dat hun taak niet ligt bij de doden, maar eruit bestaat in het gewone leven te gaan verkondigen wat ze mochten ervaren. Ze voegen de daad bij het woord. Ze gaan en ontmoeten hem persoonlijk. Hij stelt hen gerust: “Wees niet bang! Ga, en bericht …”. Hij neemt hen mee aan angst en dood voorbij naar een leven dat toekomst heeft.
De rest gaat over een doofpotoperatie die op touw wordt gezet. Met omkoperij legt men de soldaten het zwijgen op. Nog meer omkoperij moet ervoor zorgen dat de overheid niet moeilijk gaat doen. Omkoperij is blijkbaar van alle tijden. Maar G-d stop je niet zomaar in de doofpot. Hij leeft! En dat zal blijven klinken zolang er mensen zijn die daad-werkelijk blijven getuigen van en leven in de Verrijzenis.
Willen wij zo’n mensen zijn?

Mt. 28,16-20 (18/05/2023)

16    Maar de elf gingen naar Galilea,
       naar de berg waar Jezus hen toe nodigde.
17    Toen ze hem zagen,
       vielen ze voor hem op de knieën,
       al twijfelden sommigen.
18    Jezus kwam naar hen toe en zei:
       “Mij is alle volmacht gegeven
       in de hemelen en op de aarde.
19    Ga, maak alle volken tot leerling,
       en doop hen
       in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
20    Onderwijs hen te be-waren
       alles wat ik jullie heb gewezen.
       En kijk!
       Ik ben met jullie
       al de dagen tot aan de voleinding van de tijd.”

“Mij is alle volmacht gegeven in de hemel en op de aarde.” En dan volgt er een opdracht: Ga … Jezus had ook kunnen zeggen: “Mij is alle volmacht gegeven in de hemel en op de aarde. Heb dus een beetje vertrouwen in een goede afloop.” Maar in plaats daarvan wordt de macht van Jezus in één adem verbonden met onze beschikbaarheid, onze bereidwilligheid. Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg. Sta op, kom in beweging, ga aan de slag.
En verder: Maak alle volken tot leerling, doop en onderwijs hen. Dat is waar de kring van Jezus’ leerlingen zich vooral op zou mogen richten: Iets zichtbaar maken van wie Jezus is zodat anderen hem gaan zien, liefhebben en volgen. Het werpt de vraag op: Ben ik in wie ik ben en hoe ik leef erop gericht dat mijn leven iets van Jezus’ leven laat zien? Ben ik zo’n levende uitnodiging tot Christus?

Mt.5,20-26 (15/06/2023)

20    “Ik zeg jullie:
       Als jullie integriteit die van de schriftgeleerden en farizeeën niet overschrijdt,
       zul je niet binnengaan in het koningschap van de hemelen.
21    Jullie hebben gehoord dat er gezegd is tot die-van-het-begin:
       Je zult niet doden [Ex.20,13];
       wie doodt moet onderworpen worden aan het oordeel.
22    Ik echter zeg jullie:
       Ieder die vertoornd is op zijn medemens
       moet onderworpen worden aan het oordeel;
       wie zijn medemens uitscheldt,
       moet onderworpen worden aan de raad;
       wie zijn medemens verwenst,
       moet onderworpen worden aan de gehenna van het vuur.
23    Wanneer je je gave naar het altaar brengt
       en daar herinner je je dat je medemens iets tegen je heeft,
24    laat dan je gave voor het altaar daar,
       ga je dan eerst verzoenen met je medemens
       en kom dan met je gave.
25    Wees voortdurend geneigd je tegenstander tegemoet te komen
       zolang je met hem onderweg bent,
       zodat hij je niet overlevert aan de rechter,
       de rechter vervolgens aan de gerechtsdienaar
       en je in de gevangenis wordt geworpen.
26    Amen, ik zeg jullie:
       Je zult daar niet uit geraken
       voordat je tot de laatste cent hebt betaald.”

Wat Jezus hier doet – en dat doet hij niet alleen in de Bergrede, maar in heel zijn optreden – is G-ds liefde voor de mens voorop stellen. Dat is het wezenlijke, de radix (de wortel), van waaruit alles (ook de Wet) anders komt te liggen.
De Wet zegt: “Je zult niet doden”, want dan kom je voor het gerecht! Jezus echter verruimt het begrip doden. Het doden begint niet op het moment dat er een geweer of mes wordt getrokken, maar al veel vroeger, nl. in het hart van mensen. Het mechanisme van haat – in al z’n gradaties – begint te werken, daar waar mensen elkaar het leven zuur maken, waar de een de ander z’n waarde en waardigheid aantast, waar mensen elkaar uitschelden en verwensen …
Jezus gaat nog verder door naar de radix: Als je zo met mensen omgaat, hoe ga je dan om met G-d? Als je met mensen overhoop ligt en onrecht gewoon laat doorgaan, dan heb je met G-d een probleem en heb je bij het altaar niks te zoeken. Gods-dienst (je relatie met G-d) wordt niet bepaald door de kwaliteit van het offer, maar wordt zichtbaar doorheen de relatie met je medemens.

Mt.12,46-50 (23/07/2024)

46    Terwijl hij tegen de menigte sprak,
       stonden zijn moeder en zijn broers buiten
       en probeerden hem te spreken.
47    Iemand zei hem:
       “Kijk, je moeder en broers staan buiten
       en willen je spreken.”
48    Hij antwoordde echter tegen wie hem aansprak:
       “Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broers?”
49    En zijn hand uitstrekkend over zijn leerlingen, zei hij:
       “Kijk … mijn moeder en mijn broers …!”
50    Want al wie de bedoelingen van mijn Vader in de hemelen doet,
       die is mijn broer, mijn zus, mijn moeder.”

Ben ik ‘moeder’, ‘broer’ van Jezus? Ik zou het wel willen: zorgzaam en voedend in de achtergrond aanwezig zijn, of stevig discussiërend en samen actief bezig zijn. Er zijn duidelijk veel manieren om dicht met Jezus verbonden te zijn.
De gemeenschappelijke noemer van al die verschillende manieren is of ze bijdragen aan “de bedoelingen van de Vader in de hemelen”.
Ik mag me dus de vraag stellen wat mijn manier zal zijn om Jezus nabij te zijn. Dat mag dus heel persoonlijk ingekleurd worden. Ook heel affectief, als ik dat wil. Maar het criterium is steeds datzelfde: draagt het bij aan “de bedoelingen van de Vader”? Dat betekent dat ik mijn eigen perspectief moet durven verlaten. Mijn band met Jezus is er immers nooit een van ‘ik-en-jij-onder-ons’, maar is een samen gericht zijn op het rijk van G-d.

Mt.20,20-28 (25/07/2024)

20    Toen kwam de moeder van de zonen van Zebedeüs,
       samen met haar zonen, naar hem
       en boog voor hem neer om iets van hem te vragen.
21    Hij vroeg haar: “Wat wil je?”
       Ze zei hem: “Zeg dat in jouw koninkrijk
       deze twee zonen van mij mogen zetelen,
       één rechts en één links van jou.”
22    Maar Jezus antwoordde: “Je weet niet wat je vraagt.
       Kunnen jullie de beker drinken die ik zal drinken,
       of je laten onderdompelen
       met de onderdompeling die ik zal ondergaan?”
       Ze zeiden hem: “Ja, dat kunnen wij.”
23    Hij ging tegen hen verder:
       “Ja, mijn beker zul je wel drinken
       en ondergedompeld worden waarin ik ondergedompeld wordt,
       maar wat betreft het rechts of links van mij zetelen:
       het is niet aan mij dat te geven,
       dat is voor hen voor wie mijn Vader dit bereid heeft.”

24    De tien [overige leerlingen] hoorden dit
       en ergerden zich aan de twee broers.
25    Maar Jezus riep hen bij zich en zei:
       “Jullie weten dat de leiders van de volken hen overheersen
       en dat de groten hun macht misbruiken tegen hen.
26    Zo mag het bij jullie niet zijn!
       Wie onder jullie groot wil worden,
       moet jullie dienaar zijn,
27    en wie onder jullie de eerste wil zijn,
       moet jullie knecht zijn;
28    zoals de mensenzoon niet gekomen is
       om gediend te worden,
       maar om te dienen
       en zijn leven te geven als losgeld voor velen [= allen].”

Even onderbreken we de parabel omwille van het feest van de apostel Jacobus. We duiken in de concrete realiteit van het leerling zijn. De leerlingen hebben parabels gehoord en uitleg gekregen, maar wanneer twee van hen samen met hun moeder langskomen met een directe vraag naar de beloning van het leerling zijn, vraagt Jezus hen of het ook in de realiteit zal lukken die beker te drinken die hij zal drinken. De leerlingen zijn ervan overtuigd dat het zal lukken, maar weten ze wel wat ze zeggen? Weten wij wat we zeggen als we ‘ja’ zeggen om Jezus te volgen? Het is pas doorheen de dagelijkse realiteit dat duidelijk zal worden wat de consequenties zijn van de woorden: “Ja, dat kunnen wij.” Jezus gaat mee in hun enthousiasme, maar waarschuwt wel voor te hoge verwachtingen als beloning.
Op het einde stelt hij nog waar het in de kern voor iedereen om draait: als leerling mag je gerust de ambitie hebben om groot te worden, maar het zal via de weg van het dienen gaan. Het zal gaan over sterven aan jezelf, leeg worden en ontvankelijk, om zo ruimte te maken voor G-d en vruchtbaar te worden.