Verbonden Leven

Zoek

Zoektip

Zoektip:

Tik Joh. 1,25 
of tik je specifieke zoekterm in (vb. engel) 

Mc.3,1-6  (20/1/2021)

Jezus ging opnieuw de plaats van samenkomst [in Kafarnaüm] binnen. Daar was iemand met een verdorde hand.
Men hield hem in de gaten of hij op sabbat zou genezen, zodat ze hem konden aanklagen.
Hij zei tegen degene met de verdorde hand: “Sta op. Kom hier in het midden.”
En tegen hen zei hij: “Wat moet men doen op sabbat: goed of kwaad, iemand bevrijden of doden?”
Maar zij zwegen. Woedend keek hij rond, diep bedroefd om de verhardheid van hun hart,
en hij zei tegen hem: “Strek je hand uit.” Hij strekte zijn hand uit en die herstelde helemaal.
De farizeeën gingen naar buiten en onmiddellijk beraadden ze met de herodianen hoe ze hem zouden kunnen ombrengen.

Er was een diep verdriet in hem. Het verdriet was niet zichtbaar. De verdorde hand wel.
Zichtbaar was zijn geklungel bij het werk, zijn geknoei bij het eten én … de blikken van minachting die hem dat opleverde.
Nu ging hij naar de bidplaats. Hij wou. Ook al had men hem al lang laten voelen dat zijn bidden maar half was.
Nu was daar iemand aanwezig die óók diep bedroefd was. Níet om verschrompelde handen, maar om verschrompelde harten.
Stel je voor! Hij was bereid goed te doen!
“Strek je hand uit, hier in ons midden.” Geen minachtende blikken bij hem, alleen een mee-vóelen van het verborgen verdriet.
En hij werd ge-heel-d. Zijn hand en zíjn hart.
Zouden ook de harten van de andere aanwezigen ge-heel-d worden …?

Mc.6,30-34 (3/02/2024)

30     De uitgezondenen [aposteloi] verzamelden zich weer bij Jezus
       en gaven hem verslag
       over alles wat ze gedaan en onderwezen hadden.
31    Hij zei tegen hen:
       “Komen jullie nu zelf eens mee naar een eenzame plaats
       om een beetje uit te rusten.”
       Want er waren er zovelen die kwamen en gingen
       dat ze zelfs geen gelegenheid hadden om te eten.
32    Ze vertrokken met de boot
       naar een eenzame plaats, alleen.
33    Velen zagen hen vertrekken
       en ze begrepen wat er gaande was.
       Vanuit de steden renden ze te voet erheen
       en waren er nog vóór hen.
34    Toen Jezus uitstapte
       zag hij dan ook een grote menigte.
       Hij werd ten diepste bewogen om hen,
       want ze waren als schapen zonder herder.
       En hij begon hen over vele dingen te onderrichten.

We kennen dit verhaal; we weten het trouwens uit onze eigen ervaring; en toch ‘vergeten’ we het iedere keer weer hoe nodig het is om ons regelmatig eens wat terug te trekken uit de drukte, en de echte stilte en eenzaamheid op te zoeken. Dat gaat niet louter over ‘vakantie nemen’ (hedendaagse vakantieoorden beantwoorden niet altijd aan het criterium ‘stil en eenzaam’). Jezus bedoelt het duidelijk als ‘herbronning’: opnieuw contact zoeken met je bron, je kern, de reden waartoe en van waaruit je je leven leeft.
In de drukte van onze bezigheden verliezen wij vaak het contact daarmee en weten wij soms niet meer waarom we eigenlijk doen wat we doen! Vraag het maar eens aan een collega (óók binnen het pastorale werk!) – of nog beter: vraag het aan jezelf!
Jezus nodigt ons uit – of eigenlijk juister: hij gebiedt ons! – om toch regelmatig eens naar ‘een eenzame plaats’ te gaan. Het is de plek waar we onszelf kunnen hervinden, omdat we er ons opnieuw bewust van worden dat we “in G-d leven, bewegen en zijn” (Hand.17,28).

Mc.8,11-13 (17/02/2025)

11    De farizeeën gingen naar Jezus toe
       en ze begonnen met hem te twisten
       door van hem een teken uit de hemel te verwachten
       en hem zo op de proef te stellen.
12    Uit het diepst van zijn wezen slaakte Jezus een zucht, en zei:
       “Waarom verwachten jullie toch een teken?
       ik verzeker jullie: dat zal niet gebeuren!”
13    Hij liet hen achter,
       stapte weer in de boot
       en ging weg naar de overkant.

“Ik? Ik zoek nooit ruzie met Jezus! Waarom zou ik? Hij is mijn steun, mijn toeverlaat, mijn vriend, mijn tochtgenoot, mijn alles … “
Tot hij eens niet doet wat ik wil, niet het antwoord geef dat ik verwacht, niet de oplossing aanreikt die ik hoop, … en dus niet het teken van zijn goddelijke vriendschap voor mij toont op een wijze zoals ik het bepaal …
Is dat de vriendschap die Jezus van mij mag verwachten? Misschien logisch dat hij een diepe zucht slaakt …

Mc.3,7-12 (21/1/2021)

Jezus en zijn leerlingen trokken zich terug naar het meer.
Een grote menigte volgde hem, vanuit Galilea, Judea, Jeruzalem, Idumea;
en van over de Jordaan en rond Tyrus en Sidon. Heel velen die hoorden wat hij allemaal deed,
kwamen naar hem. Hij zei tegen zijn leerlingen
dat ze een bootje in de buurt moesten houden opdat ze hem niet zouden verdringen.
Want hij genas velen, zodat al wie een of andere kwaal had op hem aandrong om hem aan te raken.
En toen de nog niet gereinigde geesten hem zagen, vielen zij voor hem neer en krijsten: “Jij bent de zoon van God!”
Maar hij snauwde hen met kracht af dat ze hem niet bekend mochten maken.

Jezus had wat ster-allures! Een schare die hem altijd maar volgt, aan zijn lippen hangt,
en aan zijn kleren … Groupies (met het postuur van vissers zullen ze eerder lijfwachten geleken hebben) die hem moeten beschermen.
Ja, ‘uitstraling’ had hij zeker. (Ook in alle klassieke afbeeldingen van Jezus, gaf men dit weer door de ‘aura/aureool’, de stralenkrans of gloed rond zijn hoofd.)
Zou Jezus, als hij vandaag leefde, veel ‘vrienden’ hebben gehad op facebook? Een hele schare ‘volgers’ op twitter?
Zou de pers zich verdrongen hebben – en veel betaald – om een interview te krijgen? Zou hij zijn privéleven (hoe hij met zijn Vader omging)in ‘de blaadjes’ hebben gezet?
Of omgekeerd: Zouden ‘de sterren van vandaag’ hun invloed aanwenden om allerlei noodlijdenden te helen?
Zouden zij de kracht hebben iets te veranderen in het leven van hun volgers – én er dan nog duidelijk bij zeggen dat ze het niet bekend mogen maken?
We zullen het nooit weten … Niet omdat Jezus niet vandaag leeft of omdat er vandaag geen sterren zouden zijn die zoiets doen,
maar omdat het geheim van een échte ster alleen te zien is … in een stal.

Mc.3,13-19 (22/1/2021)

Jezus ging het gebergte in en riep dezen bij zich met wie hij een bedoeling had, en zij kwamen naar hem.
Hij maakte een twaalftal om dicht bij hem te zijn, om hen uit te zenden om te verkondigen [apostelloo]
en om volmacht te hebben ziekten te genezen en demonen uit te drijven.
Dit zijn de twaalf: Simon, aan wie hij de naam rots [/steen – Heb.: kefas – Lat.: petrus] gaf,
Jakobus, [de zoon] van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, aan wie hij de naam boanerges gaf,
wat betekent: zonen van de donder [gods stem], Andreas en Filippus, Bartolomeüs en Matteüs,
Tomas en Jakobus, [de zoon] van Alfeüs, Tadeüs en Simon de Kananeeër [/de ijveraar/de zeloot],
en Juda, de man uit Kerioth, die hem ook heeft overgeleverd.

Geen elftal om te voetballen. (Voetbal als voor miljoenen georganiseerd spel, bestond uiteraard nog niet,
maar ik ben er zeker van dat Jezus met zijn vriendjes wél achter een voorthobbelend object aanholde om het weer verder te schoppen 😉.)
Geen elftal dus, wél een twaalftal: een weerspiegeling en symbolisering van ‘de twaalf stammen van Jakob’, van het hele Godsvolk dus.
Een grootse roeping … voor die doodnormale (en in de ogen van de ‘high society’ meestal nogal simpele) mensen.
Zou G-d nu werkelijk zijn ‘koninkrijk’ toevertrouwen aan zo’n stelletje …? Ja dus! Zoals verder in het doen en laten van Jezus ook zal blijken,
is ‘Gods koningschap in deze wereld’ geen zaak van alwetendheid, eigengereidheid, heldhaftige kracht en dat soort dingen meer.
Iedere keer opnieuw zien we Jezus eerder uitgaan naar wie het niet (meer) weet, die niets (meer) heeft om zichzelf op te beroemen,
die alle kracht kwijt is … en het alleen nog verwacht van G-d. Op déze basis – op dat Vertrouwen – wordt het hele ‘volk van God’ gebouwd!

Mc.6,7-13 (1/02/2024)

7      Jezus riep nu de twaalf bij zich.
       Hij begon hen twee aan twee uit te zenden [aposteloo]
       en gaf hun volmacht over nog niet gereinigde geesten.
8      Hij droeg hun op
       dat ze niets mee zouden nemen op weg
       dan alleen een stok;
       geen reiszak, geen brood, geen geld.
9      Sandalen mochten ze wel dragen,
       geen extra kleren.
10     Hij zei tegen hen:
       “Waar je ook onderdak krijgt in een huis,
       verblijf daar tot je weer verder gaat.
11    En overal waar ze jullie niet ontvangen
       en niet naar jullie luisteren:
       trek daar weg
       en schud het stof van je voeten
       als een getuigenis tegen hen.”
12    Ze gingen op weg
       en verkondigden [de bevrijdende boodschap]
       zodat ze zich zouden bekeren.
13    Ze dreven veel demonen uit,
       zalfden veel zieken met olie
       en heelden hen.

Jezus zendt zijn leerlingen erop uit. Zet jezelf maar even in de rij en kijk alvast eens rond wie jouw ‘duojob-er’ is. Zie je die niet? Misschien herken je hem of haar niet, de ander is nu eenmaal … anders …
Jezus zegt vooral wat je niet moet meenemen: alles wat alleen maar ballast zou zijn laat je beter thuis. Hij geeft ook wel aan wat je wel mag meenemen: dat wat je nodig hebt om stevig op stap te gaan en in beweging te komen.
Maar eigenlijk begint het er mee dat je iets mee krijgt! Het blijkt iets heel typisch te zijn voor Jezus. Wie hem zag verwonderde er zich steeds over, maar hij houdt het niet voor zichzelf, maar deelt er gul van uit aan zijn leerlingen, nl.: de ‘volmacht over de nog niet gereinigde geesten’. Jawel, ook aan jou – als leerling van Jezus – wordt die kracht gegeven! Wees dus niet bang voor alle ‘demonen’ die je ook vandaag weer zult tegenkomen. Treed met Jezus’ durf en liefde de mensen die er last van hebben tegemoet en je zult – wellicht tot je eigen verbazing – veel mensen helen!

Subcategorieën