Verbonden Leven

Zoek

Zoektip

Zoektip:

Tik Joh. 1,25 
of tik je specifieke zoekterm in (vb. engel) 

Lc.9,57-62 (4/10/2023)

57    Terwijl ze op weg waren [naar Jeruzalem]
       zei iemand tegen Jezus:
       “Ik zal je volgen, waar je ook gaat, heer!”
58    Jezus antwoordde hem:
       “De vossen hebben holen
       en de vogels van de hemel hebben nesten,
       maar de mensenzoon heeft niets
       waar hij het hoofd kan neerleggen.”
59    Tot een ander zei hij zelf: “Volg mij.”
       Maar die zei:
       “Heer, sta mij toe eerst terug te gaan
       om mijn vader te begraven.” [Gen.50,5-14]
60    Jezus antwoordde hem:
       “Laat de doden hun eigen doden begraven.
       Maar jij, ga en verkondig overal het koninkrijk van God.”
61    Nog iemand anders zei:
       “Ik zal je volgen, heer,
       maar sta mij toe eerst afscheid te nemen
       van mijn huisgenoten.” [1Kon.19,19-21]
62    Jezus antwoordde hem:
       “Niemand die zijn hand aan de ploeg slaat
       en kijkt naar wat achter hem ligt,
       is geschikt voor het koninkrijk van God.”

Als je niet goed zou weten wat het inhoud Jezus te volgen, wordt het hier nog even duidelijk gesteld. Het veilige rustige leventje is gedaan. Er is geen huis meer waar je even kan gaan uitrusten. Jezus volgen doe je al gaande de weg, zoals hij steeds onderweg was. Het is onderweg dat je mensen tegenkomt en deze mensen zullen je richten op G-d. Zij maken je duidelijk wat je te doen staat. Als je tenminste niet ligt te slapen, maar alert en aandachtig aanwezig bent bij hen.
En of het nu je eigen keuze is (“Ik zal je volgen”), of je geroepen wordt (“Volg mij”): het is altijd een kwestie van radicale keuzes maken, van consequent gaan voor G-d. Het is een kwestie van te zien wat er hier en nu rondom jou gebeurt en daarin G-d aanwezig weten, hem daar doen oplichten. Je zal je niet langer bezig houden met het doodse van het leven. Gods Rijk draait om Léven. Het is tussen de levenden dat het realiteit wordt. Achterom kijken heeft ook geen zin. Het Rijk Gods ligt immers voor je. Daar, vóór je, is het te doen, niet in wat voorbij is.

Lc.11,37-41 (17/10/2023)

37    Nadat Jezus zo sprak,
       vroeg een farizeeër of hij bij hem wou komen eten.
       Hij kwam het huis binnen en ging meteen aanliggen.
38    De Farizeeër merkte dit op
       en verwonderde zich
       dat hij vóór de maaltijd niet eerst zich [de handen] waste
       [zoals een door de farizeeën opgelegde regel het stelde].
39    Maar de heer zei tot hem:
       “En jullie dan?!
       Jullie Farizeeën reinigen wel
       de buitenkant van beker en bord,
       maar jullie binnenkant
       is vol hebzucht en slechtheid!
40    Stukken onverstand!
       Heeft hij die de buitenkant maakte
       ook niet de binnenkant gemaakt?
41    Geef dus liever de binnenkant in barmhartigheid,
       dan zul je zien dat alles rein is.”

Voor Jezus loopt er een duidelijk onverbreekbare lijn tussen binnenkant en buitenkant, en wel degelijk van binnen naar buiten. Wat alleen maar aan de buitenkant gebeurt, kan ons in wezen binnenin niet echt raken. Maar wat aan de binnenkant aanwezig is, stroomt uit naar buiten.
Dat is uiteraard een sterke oproep om werk te maken van ‘een reine binnenkant’: een hart dat nauw verbonden leeft met G-d, een hart dat het ‘puur’ wil hebben van G-ds barmhartigheid. Het is díe barmhartigheid van G-d die Jezus is komen verkondigen – het is díe barmhartigheid die veel van de farizeeën niet leken te begrijpen. Ook hun fascinatie – tot obsessie – voor Jezus bleef alleen aan de buitenkant hangen en vertrok niet vanuit een barmhartig hart.
Waar situeert zich ergens míjn barmhartigheid? Wil ik alleen maar (aan de buitenkant) ‘goed doen voor mensen’, of vertrekken mijn ‘goede daden’ in een hart dat weet heeft van G-ds barmhartigheid voor míj?

Lc.6,12-16 (28/10/2023)

12     Het gebeurde nu in die dagen
       dat hij wegtrok naar de berg
       om te bidden.
       Hij was de hele nacht door in gebed van God.
13     Toen het dag werd,
       riep hij zijn leerlingen bij zich
       en koos er twaalf uit
       die hij afgezanten [apostolos] noemde:
14    Simon, die hij ook rots [petros] noemde,
       en zijn broer Andreas,
       Jakobus en Johannes,
       Filippus en Bartolomeüs,
15    Matteüs en Tomas,
       Jakobus [de zoon] van Alfeüs
       en Simon die de ijveraar [zeloot] genoemd werd,
16    Judas van Jakobus
       en Judas, de man van Keriot, die een verrader werd.

Je zal maar Judas heten … Wie weet dat er naast Judas Iskariot (“de man van Keriot, die een verrader werd”) nóg een apostel was die Judas heette en wiens feestdag we vandaag vieren? O.w.v. die andere Judas werd zijn naam behoorlijk verdrongen.
Onterecht duidelijk, want hij werd even goed als de andere een leider in de beginnende christelijke kerk. Er is zelfs een brief van hem bewaard! Misschien kunnen we hem vandaag best eren door die ‘Brief van Judas’ (in de Bijbel vind je die na de Handelingen van de Apostelen en de brieven van Paulus) eens te lezen?
Dat er twee apostelen zijn met dezelfde naam en dat ze tegelijk zo veel van elkaar verschillen, mag ons ook duidelijk maken dat we elke mens naar zijn eigenheid moeten zien en waarderen. Een misschien wat scherpe, maar ongetwijfeld terechte toepassing daarvan is ook: Niet alle Abdessalems zijn terroristen en niet alle Sallys zijn would be-filmsterren. In de palm van G-ds hand staat méér geschreven dan alleen onze naam!

Lc.5,27-32 (8/03/2025)

27    Hierna ging hij weg
       en zag een tollenaar, Levi genaamd, zitten bij het tolhuis.
       Hij zei tegen hem:
       “Volg mij.”
28    Hij stond op,
       liet alles achter
       en volgde hem.
29    Levi liet voor hem in zijn huis een groot feestmaal bereiden
       en een groot aantal tollenaars en anderen
       lagen mee met hem aan tafel.
30    De farizeeën en hun schriftgeleerden
       zeiden morrend tegen Jezus’ leerlingen:
       “Waarom eten en drinken jullie met tollenaars en zondaars?”
31    Jezus antwoordde hun:
       “Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken.
32    Niet om rechtvaardigen te roepen, ben ik gekomen, maar zondaars.”

Waarom horen we dit stukje Evangelie aan het begin van de Vasten? Ik denk dat het is om ons te bemoedigen! Het is nog niet verloren met ons! Als zelfs Levi, de tollenaar, de ‘collaborateur’ in de ogen van veel Joden, geroepen wordt om Jezus te volgen, dan is er voor mij nog hoop … En als daar kritiek op komt, noemt Jezus het nog zeer uitdrukkelijk – en hij zal het verder in zijn optreden ook heel daad-werkelijk maken: “Ik ben gekomen om zondaars te roepen …”
Er is dus nog hoop voor mij! De Vastentijd is een uitgelezen tijd om mij éindelijk te laten roepen …

Lc.11,29-32 (12/03/2025) 

29    Toen er steeds meer mensen
       zich rondom hem bijeen drongen,
       zei Jezus:
       “Deze generatie is een verdwaasde generatie.
       Ze verlangt een teken,
       maar er zal haar geen ander teken gegeven worden
       dan het teken van Jona, de profeet.
30    Zoals Jona een teken was voor de bewoners van Nineve,
       zo zal ook de mensenzoon dat zijn voor deze generatie.
31    Bij het oordeel zal de koningin van het zuiden opstaan
       samen met deze generatie
       en zij zal haar veroordelen.
       Want zij kwam van de uiteinden van aarde
       om de wijsheid van [koning] Salomo te horen.
       Kijk dan toch! Hier is méér dan Salomo!
32    Bij het oordeel zullen de bewoners van Nineve opstaan
       samen met deze generatie
       en zij zullen haar veroordelen.
       Want zij hebben zich bekeerd
       door de prediking van Jona.
       Kijk dan toch! Hier is méér dan Jona!”

We letten allemaal op signalen. We zoeken naar de betekenis achter wat we waarnemen. Waarom zouden de mensen in het Evangelie van vandaag dan niet op zoek gaan naar een teken? De Schrift staat immers vol met tekenen. Toch lijkt Jezus te zeggen dat het zinloos is om tekens te vragen. Het enige teken dat hij wil geven, vergelijkt hij met twee Bijbelse figuren: Jona en Salomo.
De profeet Jona had slechts zeven woorden nodig om de Ninevieten tot inkeer te brengen. En zij zagen het! Koning Salomo liet G-ds onderscheidende wijsheid toe en de koningin van het zuiden liet zich erdoor overtuigen.
Het Evangelie is ook voor ons geschreven en elke dag opnieuw krijgen wij het ‘teken van Jezus’: het ‘kruis’. Dit teken is niet moeilijk te herkennen, want het verschijnt overal waar Liefde en Lijden (als onlosmakelijke eenheid) ons aanspreken.
Heb dus de moed om je te laten omvormen zoals de Ninevieten. Laat je overrompelen door de wij(d)sheid en de diepte van G-d en geef je eraan over, zoals de koningin van het zuiden. Het zal je doen ‘zien’.

Lc.4,24-30 (24/03/2025)

24    Daarop zei hij:
       “Zeker, ik zeg jullie
       dat geen enkele profeet welkom is in zijn vaderstad.
25    Naar waarheid zeg ik jullie:
       In de dagen van [de profeet] Elia
       waren er veel weduwen in Israël
       toen de hemel gedurende drieëneenhalf jaar gesloten bleef
       zodat er grote hongersnood kwam over heel het land.
26    Toch werd Elia naar geen van hen gezonden
      [om haar te redden van de hongerdood – 1 Kon.17]
       maar naar een weduwe is Sarepta bij Sidon [= buiten Israël].
27    En ten tijde van de profeet Elisa
       waren er veel melaatsen in Israël.
       Toch werd geen enkele van hen gereinigd
       maar wel de Syriër [= buitenlander] Naäman.”
28    Allen die in de samenkomst [synagoge] waren
       en dit hoorden
       raakten overvol woede.
29    Ze stonden op en wierpen hem buiten de stad.
       Ze dreven hem naar de rand van de berg
       waarop hun stad gebouwd was,
       om hem van de steilte te gooien.
30    Maar hij ging midden tussen hen door
       en trok weg.

Om de ‘revolutionaire kracht’ van dit Evangelie te zien, lezen we er best ook bij wat er tussen haakjes bijgeschreven staat. Cruciaal is immers dat Jezus spreekt voor zijn eigen volk, en tegelijk hen aanwijst hoe ook al in de geschiedenis van dat volk G-d soms werkt voor en door ‘vreemdelingen’, ‘buitenlanders’. Dat is voor hen erg confronterend – zíj waren toch ‘het uitverkoren volk’? Dat is voor ons even confronterend! Wij gebruiken de term ‘uitverkoren volk’ niet, maar wij vinden onszelf wel beter, en met meer recht op een goed leven, dan ‘die buitenlanders’.
De confrontatie hiermee roept woede op bij de Joden … én bij ons, durf het maar nagaan!
Nochtans zijn in de Bijbel ‘vreemdelingen’ altijd een te integreren groep geweest! “Heb de vreemdeling die onder u verblijft lief zoals jezelf, want zelf ben je vreemdeling geweest in Egypte,” wordt als leidraad voorgehouden. (Lev.19,33-34) Van hen kunnen onverwachte dingen uitgaan, of – wie weet – zijn zij zelfs zélf profeet?!

Subcategorieën