Verbonden Leven

Zoek

Zoektip

Zoektip:

Tik Joh. 1,25 
of tik je specifieke zoekterm in (vb. engel) 

Joh.1,45-51 (24/08/2024)

43    De volgende morgen besloot Jezus naar Galilea te gaan.
       Hij ging er Filippus zoeken [heuriskei = vinden door actief te zoeken]
       en zei hem: “Volg mij.”
44    Filippus was van Betsaïda, uit de stad van Andreas en Petrus. [vissersdorp aan de noordkant van het meer van Galilea]
45    Filippus ging Natanaël zoeken
       [de traditie vereenzelvigt hem met de apostel Bartolomeus]
       en zei hem:
       “Wij hebben degene gevonden
       over wie Mozes geschreven heeft in de Wijzing, en ook de profeten:
       Jezus, de zoon van Jozef uit Nazaret!”
46    Natanaël repliceerde:
       “Uit Nazaret? Kan daar iets goeds van komen?”
       Maar Filippus zei hem: “Kom en zie!”
47    Jezus zag Natanaël naar zich toekomen
       en zei over hem:
       “Kijk! Een waarachtige Israëliet,
       iemand wiens hart geen ongerechtigheid herbergt.” [Ps.32,2]
48    Natanaël vroeg hem:
       “Vandaar ken jij mij?”
       Jezus antwoordde:
       “Vóór Filippus je riep, toen je onder de vijgenboom zat,
       zag ik jou!”
49    Nu zei Natanaël:
       “Rabbi, jij bent de zoon van God,
       jij bent de koning van Israël!”
50    Jezus antwoordde hem:
       “Omdat ik je zei dat ik je zag onder de vijgenboom, geloof je?
       Je zult grotere dingen dan deze zien!”

51    En hij zei:
       Amen, amen, ik zeg jullie:
       Je zult de hemel geopend zien
       en Gods engelen zien opklimmen en neerdalen op de mensenzoon.”

“Kom en zie!” “Kijk!” “Ik zag jou onder de vijgenboom” ….
Tot geloof komen, heeft duidelijk te maken met ‘zien’. Van bij het begin waren er mensen die enerzijds zagen hoe Jezus sprak en optrad, en anderzijds toelieten dat hij hen aankeek en kende.
Zo kwamen zij tot ‘zien’. Dankzij hun getuigenis ontstond er een lange traditie van ge‘zien’ worden, ‘zien’ en verder vertellen, een traditie die nog steeds doorgaat.
Zo wordt geloof doorgegeven, niet als dogma, maar steunend op getuigenissen van mensen die ‘gezien’ hebben en hierover niet kunnen zwijgen. Telkens weer gaat het over heel concrete gebeurtenissen die mensen op een andere manier naar het leven doen kijken: liefdevol. En wie liefdevol kijkt, ‘ziet’ waar het om gaat en wekt anderen tot geloven.
En ja, het initiatief vertrekt bij G-d. Hij is het die roept, die ons aankijkt, maar zijn roepen kan maar gehoord worden langsheen de stem van mensen. Een stem die je raakt, aanspreekt en je doet ‘zien’ – vol liefde.

Joh.6,60-69 (25/08/2024)

60    Veel van zijn leerlingen hoorden dit [de ‘broodrede’] en reageerden:
       “Dit zijn harde woorden.
       Wie is bij machte dit te aanhoren?”
61    Maar Jezus wist uit zichzelf dat zijn leerlingen hierover morden.
       Daarom zei hij hen:
       “Struikel je hierover? [skandalizei = struikelen, aanstoot nemen, ergeren, geschandaliseerd zijn]
62    Wat dan als je de mensenzoon zult zien opgaan
       naar waar hij eerst was?
63    Het is de geest die levend maakt,
       daarvoor helpt het vlees niet.
       De woorden die ik tegen jullie zeg, zijn geest en leven.
64    Maar sommigen van jullie vertrouwen niet.”
       Want Jezus wist vanaf het begin
       wie het waren die niet vertrouwden
       en wie hem zouden overleveren.
65    En hij zei:
       “Daarom heb ik tegen jullie gezegd
       dat niemand bij machte is naar mij toe te komen,
       als hem dat niet vanuit mijn Vader gegeven is.”

66    Vanaf het moment van deze woorden
       trokken vele van zijn leerlingen zich van hem terug
       en gingen niet meer met hem om.
67    Jezus zei tegen de twaalf:
       “Jullie willen soms ook niet weggaan?”
68    Maar Simon Petrus antwoordde:
       “Heer naar wie zouden wij zo nabij kunnen gaan?
       Jij hebt woorden vol leven!
69    En wij zijn gaan vertrouwen en erkennen
       dat jij de heilige van God bent!”

De keuze voor Jezus was (en is) niet vanzelfsprekend. Ze keert je leven om. Vandaar de aarzeling (en het afhaken) van velen. En ik? Blijf ik of ga ik? Kies ik ervoor om mij van binnenuit te laten omvormen? Kies ik voor die mens die zichzelf geeft als liefdesgave – inclusief het lijden? Kies ik voor die mens die zichzelf breekt en deelt om gegeten te worden?
Logisch dat velen (zelfs zijn leerlingen) aanstoot nemen aan zijn woorden, tenzij je gaat ‘zien’ (een kernwoord in het Johannesevangelie) dat G-d in Jezus op een bijzondere en unieke wijze aan het licht komt en zo ontdekt dat in Jezus alles tot zijn bestemming komt.
Wie dat gaat ’zien’, wordt door elkaar geschud. Alles wat aanstootgevend was, wordt levengevende werkelijkheid, nl. Jezus die:
 zichzelf geeft, als brood om gegeten en herkauwd te worden.
 ons uitnodigt te worden wie we eten, nl. een mens als hij.
Deze Jezus blijft een teken van tegenspraak, maar voor wie tot ‘zien’ komt, wordt hij een bron van kracht en van intens leven..

Joh.15,1-8 (15/10/2024)

     Ik ben de ware wijnstok
       en mijn Vader is de wijngaardenier.
     Elke rank die in mij geen vrucht draagt,
       haalt hij weg,
       en elke die wel vrucht draagt,
       snoeit/zuivert hij
       opdat ze meer vrucht zou dragen.
     Jullie zijn al gesnoeid/gezuiverd
       door het woord dat ik tegen jullie gesproken heb.
     Verblijf in mij – zoals ik in jullie.
       Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf
       als hij niet verblijft in de wijnstok,
       zo ook jullie niet
       als je niet verblijft in mij.
     Ik ben de wijnstok
       en jullie zijn de ranken.
       Wie in mij verblijft – zoals ik in hem,
       die draagt veel vrucht.
       Want zonder mij kunnen jullie niets.
     Als iemand niet verblijft in mij,
       is hij buitengeworpen en verdord, zoals de rank.
       Men verzamelt ze om in het vuur te gooien
       en te worden verbrand.
     Als jullie in mij verblijven
       en mijn woorden in jullie verblijven,
       vraag dan wat je wil
       en het zal je gebeuren.
     Hierin toont zich de grootheid van mijn Vader:
       dat jullie veel vrucht dragen
       en mijn leerlingen worden.

Vandaag vieren we Teresa van Avila, fameuze kerklerares van het contemplatieve – zeg maar mystieke – leven, en dat terwijl ze in een koets door Spanje hotste en op 20 jaar tijd 20 kloosters van de Karmel heeft gesticht! In één adem mogen daarbij ook denken aan Anna de Jesu, trouwe rechterhand van Teresa en stichteres van de eerste Vlaamse Karmelkloosters. (Jawel, zij is het die op 29 sept. ll. door paus Franciscus zalig werd verklaard.)
Van een vruchtbaar leven gesproken …
En hoe kon Teresa, en Anna, en zoveel anderen, zo’n vruchtbaar leven leiden? Dat staat hier te lezen in het Evangelie! In heel haar immense kracht zou Teresa de eerste geweest zijn om te zeggen: los van G-d kan ik niets! Midden in haar grote ‘actie’ wist zij altijd de band met G-d te onderhouden en te voeden. Of preciezer nog: Net uit die innige band met G-d, die ze op vele wijzen en ook met veel tijd voor gebed (!) voedde, vloeide heel die vruchtbaarheid voort.
We weten het. Waarom doen we het dan zo weinig? Beginnen maar. Niet met ‘doen’ dus, maar met te bidden!

Joh.12,24-26 (17/10/2024)

24    Amen, amen, ik zeg jullie:
       Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft,
       dan blijft hij alleen;
       maar als hij sterft,
       draagt hij overvloedig vrucht.
25    Wie zijn eigen leven liefheeft,
       verliest het;
       wie zijn eigen leven in deze wereld loslaat,
       behoudt het voor het voor het volle leven.
26    Als iemand mij dienstbaar wil zijn,
       moet hij mij volgen,
       en waar ik ben, zal ook mijn dienaar zijn.
       En als iemand mij dienstbaar is, zal de Vader hem eren.

Sterven om vrucht te dragen klinkt heel natuurlijk als het gaat over planten en bomen. Maar wat betekent het als het over Jezus gaat? Hij gaf zichzelf, zoals graan, voor ons – voor mij! Wanneer dat tot me doordringt, word ik stil vanbinnen.
Maar Jezus zegt nog meer. Het gaat niet alleen over hem, het gaat ook over ons! “Als je mij wilt volgen, moet je de weg van het graan gaan,” zegt Hij. Je moet je leven loslaten, je niet vastklampen aan wat je hebt of doet. Maar waar leidt die weg naartoe? Naar het kruis, naar het graf. Dát is de weg van Jezus, én die van zijn volgelingen. Niet streven naar eigen eer, maar jezelf verlagen, zelfs onder de aarde, om los te laten.
Wie wil dat? Wie kan dat? Uit mezelf zal ik die weg nooit kunnen gaan. Het kan alleen als de Geest mij verbindt met G-d. Dit is geen opdracht om in je eentje te volbrengen. Maar juist daarin ligt het nieuwe leven mét Jezus – zo mogen we ‘zijn’. En dát nieuwe leven wil Hij ons geven.

Joh.2,13-22 (9/11/2024)

13    Pesach, het Joodse Paasfeest, was nabij
       en Jezus ging op naar Jeruzalem.
14    Op het tempelplein trof hij
       de verkopers van runderen, schapen en duiven aan
       en ook de geldwisselaars.
15    Hij maakte van touwen een zweep
       en dreef allen de tempel uit,
       met hun schapen en runderen.
       De tafels van de geldwisselaars wierp hij om
       en hun munten rolden over de grond.
16    Tegen de duivenverkopers zei hij:
       “Doe dat weg van hier!
       Maak van het huis van mijn Vader
       geen marktplaats!”
17    Zijn leerlingen her-innerden zich
       dat er geschreven staat:
       De ijver voor jouw huis heeft mij verteerd. [Ps.69,10]
18    Enigen uit de omstaanders ondervroegen hem nu:
       “Welk teken kun jij ons tonen
       dat je zoiets mag doen?”
19    Jezus antwoordde hen:
       “Verwoest het binnenste van deze tempel
       en in drie dagen zal ik het doen verrijzen.”
20    Zij zeiden nu:
       “Zesenveertig jaar is er aan deze tempel gebouwd
       en jij zult hem in drie dagen doen verrijzen?”
21    Maar hij sprak over het binnenste van de tempel
       dat zijn lichaam was.
22    Toen hij later uit de doden verrezen was,
       her-innerden zijn leerlingen zich
       dat hij dit gezegd had,
       en zij vertrouwden op de Schrift
       en op het woord dat Jezus had gesproken.

Het feest van de kerkwijding van die Romeinse basiliek kan ver van ons bed lijken. Toch gaat het net om de band tussen een heel concreet gebouw enerzijds en een wereldwijde universaliteit anderzijds, beide als uitdrukking van G-ds aanwezigheid onder de mensen. Niet alleen in Rome dus, maar ook in het kerkgebouw in jouw straat – én in elke sacrale plek waar jij G-d naderbij voelt komen; niet alleen in de tempel, de basiliek of de kerk dus, maar ook in elk … ménsenlichaam! (Hier zegt Jezus het over zijn eigen lichaam; Paulus noemt het breder: “Jullie allen zijn tempel van de heilige Geest.” 1Kor.6)
Het feit dat Jezus het op zijn eigen lichaam betrekt en dat hier sprake is van afbreken, betekent níet dat hij vond dat de letterlijke tempel dan maar afgebroken moest worden. Integendeel! Hij wil dat ze méér naar haar innerlijke waarde wordt beleefd. Niet zomaar alles kan in een tempel/kerkgebouw, zelfs niet onder het ogenschijnlijke mom van religie. Criterium voor Jezus (en voor ons?) is: gaat het over de kern van G-ds aanwezigheid?

Joh.20,2-8 (27/12/2024)

2      Ze [Maria van Magdala] liep dus snel naar Simon Petrus
       en ‘de andere leerling’ – degene die Jezus erg genegen was –
       en zei hen:
       “Men heeft de heer uit het graf weggenomen
       en we weten niet waar ze hem hebben gebracht!”
3      Petrus en ‘de andere leerling’ gingen dus mee naar buiten,
       naar het graf.
4      De twee liepen samen,
       maar ‘de andere leerling’ liep wat sneller vooruit dan Petrus
       en kwam zo als eerste bij het graf.
5      Voorover bukkend, zag hij de linnen doeken liggen,
       maar ging niet naar binnen.
6      Nu kwam ook Simon Petrus gevolgd
       en ging wel binnen in het graf.
       En hij aanschouwde de linnen doeken die daar lagen.
7      De zweetdoek, die zijn hoofd had bedekt,
       lag niet bij de doeken,
       maar afzonderlijk opgevouwen op één plaats.
     Nu ging ook ‘de andere leerling’,
       die als eerste bij het graf was,
       naar binnen.
       Hij zag en vertrouwde.

De lezing van vandaag verbindt Kerstmis met Pasen. De verrezen Heer is dezelfde als het Christuskind dat we twee dagen geleden in de wereld verwelkomden.
Petrus en ‘de discipel van wie Jezus hield’ (waarschijnlijk Johannes) nemen afwisselend de noodzakelijke volgende stap in dit verhaal. Johannes gaat Petrus voorbij, maar gaat niet het graf in. Petrus gaat naar binnen en ziet. Johannes gaat naar binnen, ziet en gelooft vervolgens.
Hebben wij inderdaad elkaar niet nodig? Niet alleen voor tijden van missie - zoals Jezus zijn discipelen twee aan twee uitstuurde - maar ook in momenten van zwakte, verwarring en nood, hebben we de steun van een vriend nodig om die volgende stap te kunnen zetten.
Geloof daad-werkelijk beleven en erin groeien kan je niet alleen, daarvoor hebben we elkaar nodig!

Subcategorieën