Verbonden Leven

Zoek

Zoektip

Zoektip:

Tik Joh. 1,25 
of tik je specifieke zoekterm in (vb. engel) 

Joh.1,35-42 (4/01/2025)

35    De volgende morgen [na zijn ontmoeting met Jezus]
       stond Johannes [de doper] daar weer,
       met twee van zijn leerlingen.
36    Toen hij Jezus opmerkte die daar rondwandelde, zei hij:
       “Kijk! Het lam van God!”
37    De twee leerlingen hoorden hem dit zeggen
       en gingen Jezus achterna.
38    Jezus keerde zich om en zag hen achterna komen.
       Hij vroeg hun: “Wat zoeken jullie?”
       Ze antwoordden:
       “Rabbi – vertaald betekent dit: meester –, waar verblijf jij?”
39    Hij zei: “Kom en zie!”
       Dus gingen ze mee en zagen waar hij verbleef,
       en ze bleven de hele dag bij hem.
       Dat gebeurde op ongeveer het tiende uur.
40    Andreas, de broer van Simon Petrus,
       was één van de twee leerlingen die dit van Johannes hoorden
       en Jezus waren gevolgd.
41    Voor alles vond hij zijn broer Simon
       en zei hem:
       “We hebben de messias gevonden
       – wat vertaald betekent: de gezalfde [christos]
42    en hij bracht hem bij Jezus.
       Toen Jezus hem zag, zei hij:
       “Jij bent Simon, de zoon van Johannes?
       Je zult genoemd worden: Kefas.”
       – wat vertaald betekent: rots [Gr.: petros – Lat.: petrus]

Johannes bindt zijn leerlingen dus niet aan zichzelf, maar verwijst hen door naar Jezus. Dat is op zich al een bijzondere levenskunst (zie gisteren) – ga maar eens na bij jezelf hoe je je zou voelen als je iets probeert op te bouwen en je adepten vertrekken naar een ander!
Maar wie is die ander? Wíj zeggen: “Ja, natuurlijk zouden we meegaan, want dat is Jezus, de stichter van het Christendom!” Maar dat wisten die leerlingen niet! Voor hen is hij niets anders dan een jongvolwassen man die ‘rondwandelt’ en verhalen vertelt. Er valt echt niet veel te zíen aan hem. Je moet met hem mee-wandelen om het te ervaren!
De leerlingen – op aanwijzen van Johannes – durven dat aan. Én er is blijkbaar ook nog iets anders wat hen drijft: hun verwachting dat de ‘messias’ zou komen. Sinds de gezalfde koning David leefde men in de verwachting dat er een ‘nieuwe koning’ zou opstaan om het volk te leiden. Maar wie zou hem na zo’n 800 jaar herkennen? Alleen wie wakker en hoopvol genoeg is, durft in te gaan op de aanwijzingen van een leermeester die zegt ‘ik ben het níet’, en dan de moed heeft het erop te wagen …