Zoek
Zoektip
Zoektip:
Tik Joh. 1,25
of tik je specifieke zoekterm in (vb. engel)
Mt.21,33-43.45-46 (21/03/2025)
33 Luister naar een andere vergelijking
[zei Jezus tegen de afgezanten van de Joodse oversten]:
“Er was eens een huisheer die een wijngaard aanlegde.
Hij zette er een omheining rond,
groef erin een perskuip uit
en bouwde er een wachttoren.
Toen verhuurde hij hem aan wijnbouwers
en vertrok naar het buitenland.
34 Toen nu de tijd kwam van de oogst,
zond hij zijn dienaars naar de wijnbouwers
om zijn deel van de oogst te ontvangen.
35 Maar de wijnbouwers grepen zijn dienaren vast.
De een ranselden ze af, een ander doodden ze
en nog een ander stenigden ze.
36 Opnieuw zond hij nu dienaren,
meer nog dan de eersten,
maar ze deden met hen net zo.
37 Ten slotte zond hij zijn zoon naar hen,
denkend dat ze door zijn zoon tot inkeer zouden komen.
38 Toen de wijnbouwers de zoon zagen,
zeiden ze echter onder elkaar:
“Dat is de erfgenaam!
Vooruit, laten we hem doden
en zijn erfenis in bezit nemen.”
39 Ze grepen hem dus vast,
wierpen hem buiten de wijngaard
en doodden hem.
40 Wanneer nu de heer van de wijngaard komt,
wat zal hij met die wijnbouwers doen?”
41 Ze antwoordden hem:
“Hij zal die slechteriken
een slechte dood doen sterven
en de wijngaard zal hij verhuren
aan andere wijnbouwers
die hem de oogst wel zullen geven
wanneer het daar de tijd voor is.”
42 Maar Jezus zei:
“Herkennen jullie het Schriftwoord niet?
De steen door de bouwers afgekeurd,
die steen is hoeksteen geworden.
Dat is het werk van de heer,
een wonder is het in onze ogen. [Ps.118,22-23]
43 Daarom zeg ik jullie:
Het koninkrijk van God zal van jullie weggenomen worden
en gegeven aan een volk
die er de oogst van voortbrengt.
45 Toen de hogepriesters en de Farizeeën deze gelijkenissen hoorden,
begrepen ze dat hij over hen sprak.
46 En zij zochten hem vast te grijpen,
maar ze waren bang voor de mensen,
omdat zij hem voor een profeet hielden.
Voor ons valt het misschien niet op, maar we lezen dit verhaal van Jezus pas goed als we voelen dat het rechtstreeks tegen ons is gericht, zoals hij dat doet tegen die Joodse oversten!
Hij vertelt een verhaal. Hij gebruikt dus beelden om over een werkelijkheid te spreken. Die werkelijkheid is dat G-d van oudsher wil ‘een goede wijngaard aanleggen’ voor zijn volk – lees dus: óns, míj! – , maar dat dat volk niet ‘de oogst ervan afdraagt’. Integendeel, als er G-dsgezanten komen – dat zijn de profeten doorheen de tijden, tot op onze tijd – ranselen ze die af, maken hen (al of niet letterlijk) dood, … Jezus wijst hen onverholen op de logische consequentie van zo’n ondankbare niet-luisterhouding.
Herlees dus het verhaal zoals het tegen jou wordt verteld. Zíe je hóe graag G-d jou een leefplek wil schenken waar het goed toeven is? En zie je de vanzelfsprekendheid van je erkentelijkheid jegens hem als antwoord? En wat doe je daar dan mee? Krijgt hij die, of stuur je hem en al zijn boodschappers wandelen en hou je alles voor jezelf, terwijl je het eigenlijk gekrégen had?
Er is een logische consequentie aan zo’n levenshouding …