Zoek
Zoektip
Zoektip:
Tik Joh. 1,25
of tik je specifieke zoekterm in (vb. engel)
Mt.23,1-12 (18/03/2025)
1 Vervolgens sprak Jezus de menigte en zijn leerlingen toe:
2 “De schriftgeleerden en farizeeën zetten zich op de leerstoel van Mozes.
3 Neem dus in acht en doe alles wat ze jullie zeggen,
maar handel niet naar hun daden,
want zij zeggen het wel, maar doen het niet.
4 Ze binden zware lasten bijeen
en leggen die op de schouders van de mensen,
terwijl ze zelf ze met geen vinger verroeren.
5 En de werken die ze doen,
doen ze om zich te tonen aan de mensen.
Ze maken hun gebedsriemen breed
en de kwasten van hun mantel groot.
[Beide waren uiterlijke symbolen van Godsverbonden leven;
de wet bepaalde echter niet hoe groot die waren.]
6 Ze hebben graag de voornaamste plaatsen
bij maaltijden en in de samenkomsten [synagoge];
7 ze hebben graag dat ze op de markt worden begroet
en dat ze door de mensen rabbi [mijn meester] worden genoemd.
8 Jullie echter moeten je geen rabbi laten noemen,
want jullie hebben maar één leermeester,
terwijl jullie allemaal broers en zussen zijn.
9 Noem niemand op aarde jullie Vader,
want jullie hebben maar één Vader,
de Vader in de hemelen.
10 Laat je ook geen leermeester/leider noemen,
want jullie hebben maar één leermeester/leider,
de Gezalfde [christos/messiah].
11 Maar de grootste onder jullie zal je dienaar zijn.
12 Wie zichzelf verheft, zal klein worden,
en wie zichzelf klein maakt, zal verheven worden.”
Een traditie kan versteend geraken, zeker als we het goed willen conserveren (want dat doe je immers door er alle leven uit te halen). Traditie blijft alleen maar levend als wij voorbij de regels en wetten samen blijven zoeken naar wat het wil zeggen om als broers en zussen samen te leven. Als we het leven met z’n lijden en pijn in verbondenheid met elkaar en met G-d durven aan te gaan, elkaar niet uit het oog verliezen en nooit loslaten.
Als we willen leven vanuit de Traditie, zal er maar één leermeester zijn: Jezus Christus. We zullen hem daad-werkelijk volgen, daar waar het leven lastig wordt (niet zomaar een beetje, maar verdomd lastig of zelfs onleefbaar), en wij niet anders meer kunnen dan ons overgeven en ons leven ten dienste stellen, zodat G-d aan het woord kan komen. Daar, temidden van dat lastige samen-leven met z’n lijden en verdriet, zullen nieuwe wegen gevonden worden om te Léven.