Verbonden Leven

Zoek

Zoektip

Zoektip:

Tik Joh. 1,25 
of tik je specifieke zoekterm in (vb. engel) 

Lc. 16,9-15 (7/11/2020) 

Ik zeg jullie: Maak voor jezelf vrienden uit de afgod van ongerechtig houvast
[onrechtvaardige mammon = al datgene waar je onrechtmatig je vertrouwen op stelt],
zodat ze, wanneer die verdwijnt, jullie verwelkomen in de eeuwige tenten.
Wie betrouwbaar is in het kleinste, is ook betrouwbaar in het grote,
en wie ongerechtig is in het kleinste, is ook ongerechtig in het grote.
Als jullie dan niet betrouwbaar blijken ten aanzien van de afgod van ongerechtig houvast,
wie zou dan het waarachtige aan jullie toevertrouwen?!
En als jullie niet betrouwbaar blijken ten aanzien van andermans goed,
wie zou jullie dan het onze geven?!
Geen enkele dienaar kan twee heren dienen. Want ofwel zal hij de ene haten en de ander liefhebben, ofwel de ene aanhangen en de ander verachten.
Je kunt niet God dienen
én de afgod waar je op rekent.

Ook de farizeeën hoorden deze dingen en, geldzuchtig als ze waren, lachten hem vierkant uit. Jezus zei tegen hen:
“Jullie rechtvaardigen jezelf voor de ogen van de mensen, maar God kent jullie hart.
Wat hoog staat bij de mensen,
is een gruwel in de ogen van God.”

 

Vriendschappen afkopen? Betrouwbaar zijn ten aanzien van de afgod van ongerechtig houvast…. vreemd om deze woorden te horen uit Jezus’ mond.
Komt het er dan op aan om ten opzichte van alles en iedereen betrouwbaar te zijn? Ook ten opzichte van afgoden? Ook in het kleine?
Ja! Want daar is reeds te zien hoe het gesteld is met onze betrouwbaarheid. In G-ds ogen kan het niet zomaar af en toe een beetje.
Ofwel ben je betrouwbaar ofwel ben je het niet. Hier heb ik nog wat te leren!
Écht betrouwbaar zijn wordt dus niet bepaald door diegene of datgene waaraan je trouw bent (toch niet in de ogen van G-d).
Maar het is veeleer een levenshouding die altijd en overal aanwezig zal zijn of níet zal zijn.
De graadmeter van mijn betrouwbaarheid zegt, naar mijn aanvoelen, heel veel over mijn gerichtheid. Wie of wat zal mijn betrouwbaarheid bepalen, richten?
Wordt deze bepaald door m’n hoog-moed, hoog-hartigheid, … (wat hoog is voor de mens) of mag G-d mijn leidsman zijn?

Lc.16,19-31 (4/3/2021)

Er was eens een rijk man. Hij ging gekleed in purper en fijn linnen en hield elke dag een schitterend feestmaal.
En er was ook een arme, die Lazarus heette, die – bedekt met zweren – neergelegd was aan zijn poort,
in de hoop zijn buik te kunnen vullen met de kruimels die van de tafel van de rijke vielen.
Maar alleen de honden kwamen om zijn zweren af te likken.
Nu gebeurde het dat de arme stierf en door de engelen weggedragen werd naar de schoot van Abraham. En ook de rijke stierf en werd begraven. Terwijl hij kwellingen onderging in het schimmenrijk [hades/sjeool], sloeg hij zijn ogen op en zag van verre Abraham, met Lazarus in zijn schoot. Hij riep: “Vader Abraham, ontferm je over mij, en stuur Lazarus, dat hij de top van zijn vinger in water doopt en mijn tong komt verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlam!”
Abraham antwoordde echter: “Kind, herinner je je hoe je in jouw leven je goede dingen hebt aangenomen en Lazarus evenzo de kwade? Nu wordt hij hier getroost en lijd jij pijn. En bij dit alles gaapt tussen ons en jullie een grote kloof,
zodat wie zou willen overstappen van hier naar jullie dat niet kan, en ook niet van jullie naar ons.”
Nu zei hij: “Dan vraag ik je, vader, dat je hem stuurt naar het huis van mijn vader – want ik heb nog vijf broers –
om daar een getuigenis af te leggen, zodat zij niet ook in deze plaats van kwelling terecht komen.”
Abraham antwoordde hem: “Ze hebben Mozes en de profeten, laat ze naar hen luisteren!”
Maar hij zei: “Ach nee, vader Abraham … maar als iemand uit de doden naar hen gaat, zullen ze zich wel bekeren!”
Nu besloot Abraham: “Als zij zelfs niet luisteren naar Mozes en de profeten, zullen ze zich ook niet laten overtuigen door iemand die uit de doden opstaat.”

Jezus vertelt een verhaal. En, zoals eigen is aan verhalen, worden contrasten daarin nogal scherp gesteld.
Oók eigen aan verhalen is dat ze op meerdere ‘lagen’ tegelijkertijd zich laten lezen.
Er is de voor de hand liggende laag van de morele oproep: Zórg voor je arme en zieke mede-mens! Dat brengt heil voor allen.
Er is ook de laag van de karakters: Zíe je hoe de rijke (opvallend naamloos naast Lazarus) het er nogal van neemt en de dingen naar zijn hand zet? Zelfs de mensen, én de gestorvenen, probeert hij voor zijn kar te spannen. Hij geraakt niet verder dan hulp aan zijn eigen broers.
En het verhaal is duidelijk: de goddelijke pedagogie trapt niet in die ik-gerichte manipulatie!
Er is – zonder dat het met name genoemd wordt – ook de subtiele laag van de ‘tekens’: Waaraan had ik het moeten weten wat ik moest doen (om niet in die hel terecht te komen)? (Of dus ook: Waaraan zal ík, vandáág, weten wat ik moet doen?) Antwoord in Jezus’ verhaal: Ze liggen voor je voeten, letterlijk aan je voordeur, én vertolkt in de wijze geschriften. Je hebt ze maar te openen: je ogen én het Boek …

Lc.17,7-10 (10/11/2020)

[Jezus ging verder tegen zijn leerlingen:] Wie van jullie zal tegen zijn dienaar die ploegt of het vee hoedt,
wanneer die thuiskomt van het veld, zeggen: “Kom meteen mee aan tafel.”?
Zal hij niet tegen hem zeggen: “Maak mijn eten klaar, omgord je en bedien mij, zo lang ik eet en drink. Daarna kun je zelf eten en drinken.”?
Zal hij zijn dienaar bedanken omdat hij deed wat zijn taak was?
Zo is het ook voor jullie: Wanneer je alles hebt gedaan wat je moest doen, zeg dan:
Wij zijn maar doodgewone dienaars, wij hebben alleen maar onze plicht gedaan.

Als je dacht bijzonder te zijn om alles wat je doet, vergeet het dan maar. Het is gewoon je plicht om te doen wat je opgedragen wordt.
Niet zo éénvoudig te verteren in een tijd waar kost wat kost geapplaudisseerd moet worden
en mensen bedankt omdat ze (ook al is het vol overgave) hun job doen!
Maar ja, die goddelijke logica is nu eenmaal van een totaal andere orde dan de onze.
Die logica stelt de onvoorwaardelijke dienstbaarheid als uitgangspunt en maakt nederigheid tot basis voor al onze relaties (persoonlijk en werk),
ook voor onze relatie met G-d.
Is dit nog mens-waardig? Wat met ons ego? Moet het echt zo extreem?
Juist in zijn extremiteit wordt het Mens-waardig! Iemand deed het ons voor.
Hij klampte zich niet vast aan een opgeblazen grootheid zoals wij mensen meestal doen.
“Hij heeft zichzelf ontledigd en het bestaan van een slaaf aangenomen.” (Fil. 2,8)
Vanwaar had Hij toch die kracht of dat vermogen om zich zo onbekommerd in dienst te stellen?

 

Lc. 17,11-19 (11/11/2020)

Op weg naar Jeruzalem ging Jezus tussen Samaria en Galilea in. Toen hij daar een dorp binnenging, kwamen tien melaatsen hem tegemoet,
die op een afstand bleven staan. Ze riepen: “Jezus, ontferm je over ons!”
Jezus zag hen aan en zei: “Ga, en toon jullie aan de priesters.” En terwijl ze gingen, werden ze gereinigd.
Eén van hen nu, toen hij zag dat hij geheeld was, keerde terug en verheerlijkte God met luide stem,
en hij viel voor Jezus’ voeten neer om hem te danken – en hij was een Samaritaan [die volgens de Joden niet op de juiste wijze hun geloof beleefden].
Jezus vroeg hem: “Zijn niet alle tien gereinigd? Waar zijn dan de andere negen?
Is er dan niemand teruggekeerd om God de eer te geven dan alleen deze allochtoon?” En hij zei tegen hem: “Sta op en ga. Je geloof heeft je behoed.”

Er zijn blijkbaar twee plaatsen waar ik kan zijn na de genezing van ‘melaatsheid’ (vul bv. maar in: alles waarmee ik niet onder de mensen mag komen,
omdat zij mij onrein, onpassend, benoemen). Enerzijds ‘de priesters’; anderzijds ‘Jezus’.
Je zou nu verwachten dat het ‘gaan naar de priesters’ het religieuze gebaar bij uitstek is – maar dat blijkt dus niet te kloppen.
Omdat de priesters in die tijd de behoeders waren van de samenlevingsnormen (de reinheidswetten), moesten die melaatsen daar zijn
om terug opgenomen te kunnen worden in de gemeenschap (en díe ‘heling’ beoogde Jezus ook).
Maar als het er op aan kwam het wérkelijk religieuze gebaar – de dankbaarheid jegens G-d – uit te drukken, dan moesten ze bij Jézus zijn!
En wie had dat door? Een ‘allochtoon’. En neen, dit is geen modewoord dat we plots binnenloodsen in dit Evangelie. Letterlijk staat er: allogenes, de ‘eldersgeborene’!
Misschien moet ik wel een beetje ‘van een andere planeet komen’, of – zoals we het in deze commentaren al meer hoorden – de ‘logica van de goddelijke Liefde’ volgen i.p.v. de ‘logica van de wereld’, om datgene wat ons elke dag Toe-valt ook toe te schrijven aan de werkelijke Gever, G-d zelf die zich in de mensengestalte van Jezus naar ons toe-keert!

Lc. 17,20-25 (12/11/2020)

De Farizeeën vroegen hem nu wanneer het rijk van God zou komen.
Hij antwoordde hen: “Het koninkrijk van God komt niet zintuigelijk observeerbaar.
Je kunt niet zeggen: Kijk, hier!, of: Kijk, daar! Want het koninkrijk van God is binnenin jullie.”
Tegen zijn leerlingen zei hij nu: “Er zullen dagen komen dat jullie zullen wensen één dag van de mensenzoon te zien,
maar je zult die niet zien. Men zal tegen jullie zeggen: Kijk, hier!, of: Kijk, daar! Ga daar niet heen; volg ze niet.
Want zoals de bliksem de hemel verlicht van het ene eind tot het andere, zo zal het ook zijn op de dag van de mensenzoon.
Maar eerst moet hij veel lijden, verworpen worden door de mensen.”

Aangezien het rijk van G-d per definitie goddelijk is, is het – even per definitie – níet afmeetbaar naar menselijke maatstaven.
Het is geen ‘ding’. (Ook het woord ‘binnenin’ is maar een poging om íets te zeggen, want ook dat is geen ‘plaatsbepaling’.)
Je kunt het niet vastgrijpen en zeggen: “Nu heb ik het!” (Laat staan dat je zou kunnen zeggen: “Ik heb het, en jij níet!”)
Eerder dan ‘een objectief ding’ is het rijk van G-d eerder ‘een subjectief gebeuren’ –
waarmee niet bedoeld wordt dat het alleen maar een persoonlijke interpretatie zou zijn,
maar wél dat het iets is dat zich afspeelt tussen mensen. Misschien zou je G-d kunnen benoemen als ‘de knettering in het samenspel van mensen’ – was G-d niet Liefde?
Jezus zegt er hier verder niet zoveel over, maar verbindt het wél aan het lijden. Helaas (omdat het lastig te beleven is), maar als er íets valt aan te wijzen
over het gebeuren van het rijk van G-d, dan is het dáárin: Waar omwille van de liefde, en ín de Liefde, ook het lijden opgenomen wordt,
dáár ‘toont’ zich het rijk van G-d!

 


Lc. 17,26-37 (13/11/2020)

“Zoals het gebeurde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de mensenzoon:
Ze aten en dronken, ze huwden en werden gehuwd, tot op de dag dat Noach binnenging in de ark
en de overstroming kwam die allen verdelgde.
En zoals het gebeurde in de dagen van Lot: Ze aten en dronken, kochten en verkochten, ze plantten en bouwden,
tot op de dag dat Lot wegtrok uit Sodom en het vuur en zwavel regende die allen verdelgde.
Zo zal het zijn op de dag dat de mensenzoon wordt geopenbaard.
Op die dag: Wie op het dak is, terwijl zijn goederen in huis zijn, moet niet naar beneden om ze mee te nemen;
of wie op het veld is, moet ook niet omkeren naar wat achter hem ligt. Her-inner je de vrouw van Lot
[die bij hun vlucht uit Sodom achteromkeek en versteende].
Wie ook maar tracht zijn leven te redden, zal het verliezen;
maar wie zijn leven verliest, zal het tot leven wekken!
Ik zeg jullie: In die nacht zullen er twee zijn in één bed: de één zal worden meegenomen, de ander achtergelaten.
Er zullen er twee aan het malen zijn op één plek: de één zal worden meegenomen, de ander achtergelaten.
Er zullen er twee zijn op het veld: de één zal worden meegenomen, de ander achtergelaten.
Zij reageerden: “Waar, Heer?”
Hij zei hen: “Waar het kadaver ligt, verzamelen zich de gieren.”

Naar het einde van het liturgisch jaar toe (het nieuwe begint op 29 nov., met de 1ste zondag van de Advent) reikt het leesrooster ons
een aantal teksten over ‘de eindtijd’ aan. Die zijn vaak niet zo makkelijk te begrijpen. Niemand weet immers hoe ‘het einde’ er zal uit zien,
en daarom grijpt men naar apocalyptische beeldtaal. Toch duikt dit telkens weer op, iedere keer het zwaar fout lijkt te gaan met de wereld.
– Daarom kun je dit soort taal ook vandáág horen – én daarom is het misschien ook goed dat we vandáág déze Évangelieteksten horen.
Want er staan dus wel dit soort teksten in, maar Jezus reageert er eens te meer ánders dan doorsnee op! Leerrijk dus voor ons!
(Deze inleiding geldt voor de komende 2 weken.)

Crisistijden doen ons zien waar het echt over gaat: níet je materieel goed dat je moet vrijwaren; níet het verleden waar je reikhalzend moet naar omkijken!
Wie dít soort leven koste wat het kost tracht te redden, zal het steeds verder door de vingers zien glippen, zien verwelken, ‘dood’ zien gaan.
Wie de durf heeft (vraagt wel wat lef) dit los te laten, zal leven – Léven – in zich voelen opborrelen.
Die wat lugubere spreuk “Waar het kadaver ligt, verzamelen zich de gieren” …: Wie die durf opbrengt om écht te kijken (rondom zich en in zichzelf)
kan wel zíen wat ‘doods’ is, wat géén leven geeft, wat terneer haalt, … Zolang wij ons aan díe dingen blijven vastklampen, ‘voeden wij ons met doodse dingen’
en kan het resultaat uiteraard niet anders zijn dan nog meer ‘dood’.
Maar je kunt dus ook kiezen het doodse maar te laten voor wat het is. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan!
T.a.v. de dingen ‘in de wereld’ voelen we ons vaak onmachtig; t.a.v. de dingen ‘in onszelf’ zijn we er zó aan verknocht dat we ze erg moeilijk laten varen.
En toch … “Wie zijn leven verliest, zal het tot Léven wekken!”

 

Subcategorieën