Zoek
Zoektip
Zoektip:
Tik Joh. 1,25
of tik je specifieke zoekterm in (vb. engel)
Lc.16,19-31 (20/03/2025)
19 Er was eens een rijk man.
Hij ging gekleed in purper en fijn linnen
en hield elke dag een schitterend feestmaal.
20 En er was ook een arme, die Lazarus heette,
die – bedekt met zweren – neergelegd was aan zijn poort,
21 in de hoop zijn buik te kunnen vullen
met de kruimels die van de tafel van de rijke vielen.
Maar alleen de honden kwamen
om zijn zweren af te likken.
22 Nu gebeurde het dat de arme stierf
en door de engelen weggedragen werd
naar de schoot van Abraham.
En ook de rijke stierf en werd begraven.
23 Terwijl hij kwellingen onderging in het schimmenrijk [hades/sjeool],
sloeg hij zijn ogen op en zag van verre Abraham,
met Lazarus in zijn schoot.
24 Hij riep: “Vader Abraham, ontferm je over mij,
en stuur Lazarus,
dat hij de top van zijn vinger in water doopt
en mijn tong komt verkoelen,
want ik lijd pijn in deze vlam!”
25 Abraham antwoordde echter:
“Kind, herinner je je
hoe je in jouw leven je goede dingen hebt aangenomen
en Lazarus evenzo de kwade?
Nu wordt hij hier getroost en lijd jij pijn.
26 En bij dit alles gaapt tussen ons en jullie een grote kloof,
zodat wie zou willen overstappen van hier naar jullie
dat niet kan,
en ook niet van jullie naar ons.”
27 Nu zei hij: “Dan vraag ik je, vader,
dat je hem stuurt naar het huis van mijn vader
28 – want ik heb nog vijf broers –
om daar een getuigenis af te leggen,
zodat zij niet ook in deze plaats van kwelling terecht komen.”
29 Abraham antwoordde hem:
“Ze hebben Mozes en de profeten,
laat ze naar hen luisteren!”
30 Maar hij zei: “Ach nee, vader Abraham …
maar als iemand uit de doden naar hen gaat,
zullen ze zich wel bekeren!”
31 Nu besloot Abraham:
“Als zij zelfs niet luisteren naar Mozes en de profeten,
zullen ze zich ook niet laten overtuigen
door iemand die uit de doden opstaat.”
Hoe realistisch! Hoe hedendaags! Uiterlijk kan het er misschien wat anders uitzien, of wij zouden andere woorden en beelden gebruiken, maar aan het hier beschreven feit blijkt tot op vandaag niet veel veranderd. Nog steeds liggen (kans)armen van allerlei soort onder de tafels van (kans)rijken van allerlei soort. Nog steeds zijn er mensen – mede-mensen! – die het moeten stellen met de kruimels van anderen.
Als de mensheid nog niet veel heeft bijgeleerd in al die tijd, wordt het des te dringender dat het Evangelie vandaag opnieuw verkondigd wordt! Ik zeg ‘opnieuw’, omdat het wel duidelijk is dat het net meer en meer uit de maatschappij aan het verdwijnen is.
Jezus vertelt een bruuskerend verhaal in de hoop dat die ‘rijken’ zich toch tot hun mede-mens zouden bekeren, ook al is hij wat pessimistisch over hun luisterbereidheid. Voor de ‘armen’ is hij bijzonder troostvol en hoopvol, zoals het hele Evangelie een expliciete voorkeursbehandeling voor ‘de armen’ propageert.
Aan welke kant bevind ík mij? Laten we vooral niet te snel denken dat dat aan de ‘arme’ kant is …