Verbonden Leven

Zoek

Zoektip

Zoektip:

Tik Joh. 1,25 
of tik je specifieke zoekterm in (vb. engel) 

Joh. 20,19-23 (31/05/2020) 

In de avond van die eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden,
kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: 'Vrede zij u.' Na dit gezegd te hebben toonde hij hun zijn handen en zijn zijde.
De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: 'Vrede zij u. Zoals de Vader mij gezonden heeft zo zend Ik jullie.'
Na deze woorden blies hij over hen en zei: 'Ontvangt de heilige Geest. Wier zonden jij vergeeft hun zijn ze vergeven,
en wier zonden jij niet vergeeft hun zijn ze niet vergeven.'

 Door vertaalkwesties valt het niet op, maar wat er hier in het Evangelie gebeurt, is quasi identiek aan het scheppingsgebeuren:
Gods/Jezus’ Adem blaast over de schepping/mens in verwarring en hij wordt levend. Gods Ruach – adem, wind, geest, kracht, vuur, stuwing, …
– schept, geeft geest aan materie, geeft Léven aan leven.
Gesloten deuren, angst (dat zijn gesloten gedachten) of verwarring kunnen hem duidelijk niet tegenhouden.
Daarvoor is Gods liefde en zijn verlangen dat de mens er zich zou laten in meeslepen wellicht te groot! Waaiend/laaiend breekt hij ons open …
En dan spreekt Jezus twee woorden die we hier niet zo direct zouden verwachten:
Vrede! Midden de storm en verwarring? Ja dus! De Vrede die het ‘leven in Gods Adem’ geeft, gaat níet over ‘stormloosheid’ (dat zou geen leven zijn!).
Het is een Vrede die zich laat voelen in de hechte gegrondheid waarin wij mogen Léven, wat het leven ons ook brengt.
Vergeving! Verrassende verbinding. Maar wellicht gaat het juist om die verbinding: Gods Adem stuwt ons naar elkaar, sloopt scheidingsmuren, wíl verzoenen …
Dan pas kunnen wij Léven.

Homilie

Joh.19,25-34 (6/06/2022) 

Bij Jezus’ kruis stonden zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria [de vrouw] van Klopas en Maria van Magdala. Toen Jezus zijn moeder zag, en naast haar de leerling die hij liefhad, zei hij tegen zijn moeder: “Vrouw, kijk, je zoon!” En daarna zei hij tegen de leerling: “Kijk, je moeder!” En van toen af nam de leerling haar bij zich op.
Hierna, wetend dat alles nu was voleindigd, zei Jezus – opdat de Schrift voleindigd zou worden: “Ik heb dorst.” [Ps.42,3] Er stond daar een kruik met wijnazijn. Ze staken een spons, vol met die wijnazijn, op een hysopstengel en brachten die aan zijn mond. [Ps.69,22] Toen Jezus van de wijnazijn genomen had, zei hij: “Het is voleindigd.” Toen boog hij het hoofd, en gaf de levensadem over.
Aangezien het voorbereidingsdag was [van de sabbat], bovendien een grote sabbat [van het Paasfeest], wilden de Joden niet dat de lichamen aan het kruis bleven. Daarom vroegen ze aan Pilatus dat hun de benen zouden gebroken worden [waardoor ze sneller stierven] en weggenomen worden. Dus kwamen de soldaten en sloegen zowel van de een als van de ander die met hem gekruisigd waren, de benen stuk. Maar toen ze bij Jezus kwamen en zagen dat hij reeds gestorven was, braken zij van hem de benen niet stuk. Maar één van de soldaten doorstak met een speer zijn zijde. Onmiddellijk kwam er bloed en water uit.

Hier zien we een mooi staaltje van ‘kerk zijn’, hoe pril ook. Kerk zijn gebeurt daar waar mensen te midden van lijden, pijn en verdriet aan elkaar worden toevertrouwd. Hoe pijnlijk en onzeker alles ook lijkt, je laat elkaar niet in de steek, maar blijft elkaar nabij tot het uiterste en in alle onmacht. Kerk gebeurt daar waar mensen zich aan elkaar toevertrouwen:
Kerk gebeurt waar mensen moeders/vaders mogen zijn voor elkaar en zo elkaar laat ervaren dat je bemind wordt; dat er vertrouwen gesteld wordt in elkaar en dat je bij elkaar kan en mag thuiskomen.
Kerk zijn gebeurt waar mensen zonen/dochters mogen zijn en zorg dragen voor de moeder/vaders, voor de andere generatie; waar er aandacht is voor elkaar en men de ander opneemt.
Of anders gezegd: Kerk zijn is elkaar liefhebben en daad-werkelijk de gloed van G-ds Liefde laten voelen in de wereld.

Joh. 20,19-31 (19/4/2020)

Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden,
kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: 'Vrede zij u.' Na dit gezegd te hebben toonde hij hun zijn handen en zijn zijde.
De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: 'Vrede zij u. Zoals de Vader mij gezonden heeft zo zend ik u.'
Na deze woorden blies hij over hen en zei: 'Ontvangt de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft,
zijn ze niet vergeven.' Tomas, een van de twaalf, ook Dídymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem:
'Wij hebben de Heer gezien.' Maar hij antwoordde: 'Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken,
en mijn hand in zijn zijde kan leggen, zal ik zeker niet geloven.' Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas erbij.
Hoewel de deuren gesloten waren kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: 'Vrede zij u.' Vervolgens zei hij tot Tomas: 'Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen.
Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig.' Toen riep Tomas uit: 'Mijn Heer en mijn God!' Toen zei Jezus tot hem:
'Omdat ge mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.'
In het bijzijn van zijn leerlingen heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan, welke niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend opdat
gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt in zijn Naam.


Vandaag neemt Thomas ons mee in zijn twijfelend geloven. Is al het lijden nu plotsklaps voorbij omdat enkele van hen Jezus ontmoet hebben?
Wordt de Verrijzenis het ‘happy end’ van heel het lijdensverhaal? Dit kan hij niet geloven. Hij weigert om mee te doen met het enthousiasme van de anderen.
Hij wil de wonden zien. Alsof hij wil zeggen het kruis moet een kruis blijven! Het klopt toch niet als dit van zijn kracht ontnomen zou worden door de Verrijzenis.
De wereld is en blijft een rauwe werkelijkheid. En te midden van die werkelijkheid moet hij (moeten wij) leven. Al het lijden, ellende en pijn mogen niet ontkend of
genegeerd worden zeker niet door het kruis, dat kan hij (wil hij) niet geloven.
En Jezus komt naar hem toe, laat zijn wonden zien alsof hij wil zeggen: Kijk dan! Kijk recht in de wonden en raak ze aan. En weet; daar waar je het menselijke leed aanraakt,
daar kom je tot het besef dat Ik leef, dat Ik het ben.’ Daar waar mensen lijden, kom je mij tegen. Wees dus bereid om de pijn en het lijden van anderen mee te dragen dan zal je mij Léven.

Joh.16,29-33(30/05/2022)

Nu zeiden zijn leerlingen hem: “Kijk, nu spreek je vrijmoedig en gebruik je geen beelden! Nu weten wij dat jij alles weet en dat het voor jou niet nodig is dat iemand je vragen stelt. Daarom geloven wij dat je van God bent uitgegaan.”
Jezus antwoordde hun: “Nu geloven jullie? Kijk, er komt een uur – ja, het is er al – dat jullie verstrooid zullen worden, elk naar het zijne, en mij alleen achterlaten. Maar toch ben ik niet alleen omdat de Vader bij mij is.
Ik zeg dit tegen jullie opdat je ín mij vrede zou hebben. In de wereld heb je drukkende pijn, maar hou moed: ik heb de wereld overwonnen.”

Jezus lijkt maar niet te stoppen met de onheilsaankondigingen voor wie in zijn spoor – zijn Geest – wil wandelen. Maar hij spreekt dan ook vrijmoedig, en heeft ondertussen vanuit zijn eigen leven al lang door waar het voor een ‘christen’ op uitdraait. Als hij zijn leerlingen op dat spoor wil helpen, hen zijn Geest meegeven, dan moeten ze ook voorbereid worden op de weerstanden ertegen.
Misschien kan het ons in eerste instantie wat ontmoedigen. Wie durft nog aan die weg beginnen? Als we dachten dat ‘leven met de Geest’ zoiets was als kijken naar het mooie schouwspel van flikkerende vlammetjes, dan blijken we er wel goed naast te zitten. Be-geest-erde leerlingen staan zélf in vuur en vlam en kunnen er de kracht en de gloed niet van ontlopen.
Merkwaardig genoeg zegt Jezus dat dit vrede zal geven. Het moge dus duidelijk zijn dat dit geen kwestie is van een rimpelloos leven, maar van een diepe te-vrede-nheid over zin en doel van ons leven: G-d G-d laten zijn in deze wereld!

 

Joh.20,19-31 (11/4/2021) 

Toen het dan avond was, op die eerste dag, waren de leerlingen bijeen, met gesloten deuren, uit vrees voor de Joden. Jezus kwam, hij stond in hun midden, en zei tegen hen: “Vrede voor jullie!” [Sjaloom] En hij toonde hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren diep verheugd toen ze de Heer zagen.
Jezus zei hen opnieuw: “Vrede voor jullie! Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik jullie.” Toen blies hij over hen en zei: “Ontvang de heilige Geest-adem.” Als je iemands zonden [verwijdering] loslaat [vergeeft], dan worden ze losgelaten; als je ze vasthoudt, worden ze vastgehouden.
Maar Tomas, die ‘de tweeling’ wordt genoemd, één van de twaalf, was niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen zeiden hem: “We hebben de Heer gezien!” Maar hij zei tegen hen: Als ik in zijn handen de inslag van de spijkers niet zie en er mijn vingers in kan steken, en als ik mijn hand niet in zijn zijde kan leggen, hoe kan ik het dan vertrouwen?”
Acht dagen later waren zijn leerlingen weer bijeen en nu was Tomas er wel bij. Jezus kwam – terwijl de deuren gesloten waren – in hun midden en zei: “Vrede voor jullie!” Daarna zei hij tegen Tomas: “Kom met je vinger, kijk naar mijn handen, kom met je hand en leg die in mijn zijde. Wees niet wantrouwig, maar vertrouw!”
Tomas antwoordde hem: “Mijn Heer en mijn God!” Jezus zei hem: “Omdat je mij gezien hebt, ben je gaan vertrouwen. Gezegend wie niet gezien heeft én vertrouwen!”
Jezus heeft nog veel andere tekens gedaan voor de ogen van zijn leerlingen. Ze zijn niet allemaal opgeschreven in dit boek. Maar deze zijn wel opgeschreven opdat je zou gaan vertrouwen dat Jezus de Gezalfde is, de Zoon van God, en opdat jij, door dit vertrouwen, zou léven, in zijn Naam!

Dit is waar het voor de leerlingen om draait: Dat Jezus leeft! Dat zij hem kunnen zien. Dat ze opnieuw samen zijn. Ze zijn zo blij dat hij bij hen is dat ze amper aandacht hebben voor de wonden die hij hen toont.
Voor Tomas daarentegen kan Goede Vrijdag en Stille Zaterdag niet voor niets geweest zijn. Hij kan niet geloven dat Jezus’ lijden en sterven zou uitlopen op een happy end (de Verrijzenis) waardoor alle ellende ontkend zou worden. Hij had immers ten diepste mogen ervaren wat leven is in het zien, het aanraken van de gewonde medemensen. Dus als Jezus inderdaad leeft zal het voor Tomas temidden van de rauwe werkelijkheid zijn. Daar zal te zien zijn dat leven Liefde is.
En voor Jezus draait het er dan weer om dat zijn leerlingen zouden leren Léven-IN-vertrouwen. Hij hoopt dat hun vertrouwen in zijn goddelijke Liefde groeit. Het is een Liefde die aanwezig is en blijft ook doorheen alle ellende en pijn. Een Liefde die sterker is dan de dood en die je doet vertrouwen in het léven ook (en misschien zelfs des te meer) te midden van onze gewonde wereld.
Dus vertrouw, Leef en doe Léven in zijn Naam!

Joh. 6,16-21 (22/04/2023)

16     Toen het avond werd,
     daalden zijn leerlingen af naar het meer,
17     klommen in de boot
     en voerden naar de overzijde, naar Kafarnaüm.
     Ondertussen was het donker geworden
     en Jezus was nog niet bij hen.
18     Er stak een hevige wind op
     die op het meer hoge golven maakte.
19     Toen ze zo vijfentwintig of dertig stadiën [= ca. 5 km] ver waren geraakt,
     zagen ze Jezus wandelen op het meer
     en naar de boot toe komen.
     Ze werden bang.
20     Maar hij zei hen:
     “Ik ben het. Wees niet bang!”
21     Ze wilden hem dan in de boot nemen,
     maar onmiddellijk was de boot aan land,
     daar waar zij heen gingen.

Het leven kabbelt verder, alles gaat z’n gangetje. Even lijkt het of Jezus/G-d er niet is, tot nader orde afwezig. Geen nood, we kunnen het wel alleen aan. We moeten tenslotte toch zelf ons eigen leven maken … of niet? Tot plots – om wat voor reden ook – onrust, angst en onzekerheid het leven dreigen over te nemen. Als we dan, tussen de wind en de golven door, Jezus/G-d toch in beeld krijgen en horen zeggen: “Wees niet bang! Ik ben het.” , is dat een hele geruststelling. Het hangt niet van ons af. Het initiatief vertrekt bij hem. Hij was afwezig en toch laat hij zijn leerlingen niet alleen. Het besef dat hij als ‘afwezige Aanwezige’ op ons betrokken blijft, is geruststellend.
Niet alleen na de storm, maar juist IN de storm, ín de onrust, te midden van de onzekerheid, is er het antwoord van een nabije, aanwezige G-d … en dat besef brengt ons haast ongemerkt aan de overkant.

Subcategorieën