Zoek
Zoektip
Zoektip:
Tik Joh. 1,25
of tik je specifieke zoekterm in (vb. engel)
Lc.18,9-14 (29/03/2025)
9 Met het oog op sommigen
die van zichzelf vertrouwden dat ze integer waren
en neerkeken op de rest,
vertelde Jezus nu deze gelijkenis:
10 “Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden.
De ene was een farizeeër, de andere een tollenaar.
11 De farizeeër ging staan en bad over zichzelf:
“God, ik dank je
dat ik niet ben zoals de andere mensen:
grijpgraag, onrechtvaardig, overspelig, …
of zoals die tollenaar.
12 Ik vast twee maal per week
en ik sta een tiende van al mijn inkomsten af.”
13 De tollenaar bleef op een afstand staan,
hief zelfs zijn ogen niet naar de hemel,
maar sloeg zich op de borst:
“God, wil je verzoenen met mij, zondaar die ik ben.”
14 Ik zeg jullie:
Híj keerde naar huis terug integer geworden,
en niet de ander.
Want ieder die zichzelf groter maakt,
zal kleiner worden,
en wie zichzelf kleiner maakt,
zal groter worden.”
De laatste paragraaf van dit Evangelie is in Jezus ten volle tot uiting gekomen. In de Filipenzenbrief (Fil. 2,6-9) wordt dit prachtig beschreven:
Hij was als G-d in ons midden, (...)
Nooit echter liet hij zich daar op voorstaan;
Hij ontledigde zich,
werd als een knecht,
werd mens onder de mensen.
Als mens verschenen heeft hij zich vernederd,
gehoorzaam tot in de dood, (...)
daarom heeft G-d hem verhoogd,
en hem de naam gegeven, die iedere naam te boven gaat.
Misschien is dit stukje tekst al meer dan voldoende om vandaag op door te denken. Zijn we bereid om ons tot die levenshouding om te keren?