Zoek
Zoektip
Zoektip:
Tik Joh. 1,25
of tik je specifieke zoekterm in (vb. engel)
Lc.9,28b-36 (16/03/2025)
28 Jezus nam Petrus, Johannes en Jakobus mee
de berg op om te bidden.
29 In het bidden gebeurde het:
het beeld [/de aanblik] van zijn gelaat veranderde
en zijn kleding werd stralend wit.
30 Kijk! Twee mannen spraken met hem: Mozes en Elia,
31 die in grootsheid verschenen.
Zij spraken over zijn uittocht
[exodon: uittocht – hier: sterven – met de implicatie van doortocht én intocht]
die hij moest volbrengen in Jeruzalem.
32 Petrus en degenen die bij hem waren,
waren ondertussen overmand door de slaap.
Nu klaarwakker geworden, zagen zij zijn grootsheid
en de twee mannen die bij hem waren.
33 Toen die aanstalten maakten om van hem weg te gaan,
zei Petrus tegen Jezus:
“Meester, het is goed dat wij hier zijn!
Laten wij drie tenten maken:
één voor jou, één voor Mozes en één voor Elia”,
niet wetend wat hij zei.
34 Terwijl hij dit zei,
ontstond er een wolk die hen [allen] overschaduwde.
Ze [de leerlingen] werden bevreesd toen zij [Jezus, Mozes en Elia] de wolk binnengingen.
35 Er kwam een stem uit de wolk:
“Dit is mijn daad-werkelijk geliefde zoon. Luister naar hem.”
36 Toen de stem verstilde vonden ze Jezus daar alleen.
Zij zwegen en vertelden in die dagen aan niemand iets
van wat ze gezien hadden.
Het Evangelie van vandaag verduidelijkt dat er iets gebeurt ‘in’ het bidden. Er ontstaat verbondenheid: verbondenheid met het verleden en met G-d. Op het topje van het gebeuren, in-gebed, mogen we voelen, zien en ervaren wat het met je doet wanneer goddelijke heelheid jouw toevalt. In de verbondenheid wordt de logica van G-d zichtbaar.
Deze komt echter pas écht tot leven wanneer we afdalen. Want daar, in de diepte, bij het lijden van onszelf en de ander, ontstaat een verlangen naar heelheid. Het leven speelt zich immers niet alleen af op de top van de berg.
We moeten afdalen, naar de diepte gaan, vanuit het vertrouwen dat wat we in-gebed hebben gezien, ons de kracht geeft om de confrontatie aan te gaan.