Zoek
Zoektip
Zoektip:
Tik Joh. 1,25
of tik je specifieke zoekterm in (vb. engel)
Joh.4,43-54 (31/03/2025)
43 Na die twee dagen vertrok hij vandaar
[na de arrestatie van Johannes de doper, trok hij weg uit Judea, met een oponthoud in Samaria]
en ging naar Galilea,
44 hoewel hij zelf had betuigd
dat een profeet niet wordt geëerd in zijn eigen geboortestreek. [Mc.6,4]
45 Toen hij aankwam in Galilea
werd hij er toch verwelkomd,
want ze hadden alles gezien
wat hij in Jeruzalem op het [Paas]feest had gedaan
– ook zij waren op het feest.
46 Jezus kwam dus weer in Kana van Galilea,
waar hij het water tot wijn had gemaakt.
Er was een koninklijke beambte,
wiens zoon ziek lag in Kafarnaüm.
47 Toen hij hoorde dat Jezus uit Judea naar Galilea was gekomen,
ging hij naar hem toe [Kafarnaüm – Kana = ca. 26km]
en vroeg hem met aandrang naar zijn huis te komen
om zijn zoon te genezen die stervende was.
48 Jezus zei tegen hem:
“Jullie geloven alleen maar als jullie tekenen en wonderen zien!”
49 Maar de hofbeambte drong aan:
“Heer, kom toch, voor mijn kindje sterft!”
50 “Ga maar, zei Jezus, je zoon leeft.”
En de man vertrouwde het woord van Jezus
en ging naar huis.
51 Terwijl hij nog onderweg was,
kwamen knechten van hem tegemoet
en verkondigden: “Je kind leeft!”
52 Hij vroeg hen onmiddellijk naar het uur waarop de beterschap begon.
Ze zeiden: “Gisteren, op het zevende uur [= 1 u ’s middags]
werd hij vrij van de koorts.”
53 Nu (h)erkende de vader:
“Dat is het uur waarop Jezus zei: Je zoon leeft.”
En hijzelf en zijn hele huis kwamen tot vertrouwen.
54 Dit was het tweede teken dat Jezus daar weer deed,
toen hij van Judea naar Galilea kwam.
Het zou het overwegen waard zijn om in het eerste deel van dit Evangelie te onderzoeken hoe dat zit met dat al of niet verwelkomd worden van Jezus, zowel in Jeruzalem als in zijn geboortestreek Galilea. Met daarbij de altijd belangrijke vraag: en hoe staat het met míjn welkom heten van Jezus?
Maar we focussen op het tweede deel, waar iemand Jezus vraagt zijn zoon te genezen. Dat is niet zomaar een vanzelfsprekende vraag. De man was een koninklijke beambte, een hoge omes dus, die zich moest ‘verlagen’ om een gunst te vragen aan een doodgewoon iemand zonder status – erger nog: aan iemand van gecontesteerd allooi! Maar van die status trekt de man zich niets aan. Er is iets wat daar ver bovenuit gaat: zijn vaderschap. En het is die liefde en zorg die maakt dat zijn zoon weer opstaat.
Als wij nu eens, i.p.v. vanuit status, vanuit liefde en zorg met onze mede-mensen zouden omgaan, zou er dan niet meer heling en opstanding zijn onder allen die dat nodig hebben?