Verbonden Leven

Zoek

Zoektip

Zoektip:

Tik Joh. 1,25 
of tik je specifieke zoekterm in (vb. engel) 

Joh.2,1-12 (19/01/2025)

     Op de derde dag [= na de roeping van (5) leerlingen / = ‘verrijzenisdag’]
       was er in Kana in Galilea een bruiloft.
       Jezus’ moeder was daar,
2      en ook Jezus en zijn leerlingen waren uitgenodigd op de bruiloft.
     Er ontstond een tekort aan wijn.
       Jezus’ moeder zei tegen hem: “Ze hebben geen wijn [meer].”
4      Jezus antwoordde:
       “Wat dan nog voor mij en voor jou, vrouw?
       Mijn uur is nog niet gekomen.”
5      Zijn moeder zei tegen de dienaren:
       “Wat hij jullie ook zegt, doe het.”
6      Er stonden daar nu zes stenen waterkruiken,
       volgens de reinigingsgebruiken van de Joden,
       elk met een inhoud van twee of drie metreten. [1m = 39,39 tot. ca. 600l]
7      Jezus zei hen: “Vul deze waterkruiken met water.”
       En ze vulde ze tot bovenaan.
8      Nu zei hij hen:
       “Schep er wat van uit en breng dat naar de tafelmeester.”
       En zij brachten het.
9      Toen de tafelmeester het water had geproefd
       dat wijn geworden was,
       – hij wist niet vanwaar die kwam, alleen de dienaren die het water geschept hadden wisten het –
       riep de tafelmeester de bruidegom
10    en zei: “Iedereen zet eerst de goede wijn voor,
       en als ze bedronken zijn de mindere.
       Jij hebt de goede wijn bewaard tot nu!”
11    Dit was het begin van de tekenen die Jezus deed,
       in Kana in Galilea.
       Hij openbaarde zijn grootsheid
       en zijn leerlingen vertrouwden in hem.
12    Hierna daalde hij af naar Kafarnaum,
       [Kana lag in het bergland, Kafarnaum aan het meer van Galilea]
       hijzelf, zijn moeder, zijn broers en zijn leerlingen,
       en daar bleven ze enkele dagen.

Johannes schrijft wat anders dan de andere evangelisten. We kijken met hem vandaag even naar figuren die wel aanwezig zijn op de bruiloft, maar niet zo opvallen.
Maria, moeder ten voeten uit! Niets in haar wil zich op de plaats van haar zoon zetten. Integendeel, ze brengt het mooiste in haar zoon naar boven op een uitermate bescheiden, maar misschien net daarom meest effectieve manier. Dat is haar mooiste en krachtigste rol, waarzonder ‘het uur van Jezus’ niet zou gekomen zijn! Gezegend een maatschappij én een kerk met zó’n moeders!
De leerlingen. Een aantal van hen zijn er al bij. Ze volgden hem blijkbaar al, nog vóór hij zijn eerste bijzondere tekens had gedaan! Blijkbaar hebben zij niet het ‘spektakel’ gezocht in hem, maar voelden ze het bijzondere, het goddelijk-diepe in Jezus’ levenswijze en spreekwijze aan. Dáárop zijn ze leerling van hem geworden. Het zien van de ‘wonderen’ is daarop gevólgd! Gezegend wie niet afgaat op spektakel, maar ingaat op een diepe uitnodiging; hij/zij zal wonderen zien (én doen)!